Ga naar de inhoud

Examensimulatie Meteorologie - Drone examen STS - Specific categorie UAS (STS-01, STS-02) - oefenvragen en examentraining

Examensimulatie Drone examen STS Meteorologie 60 vragen in 90 minuten

1 - Op een kaart met de voorspelde hoogtewinden en temperaturen verloopt op een hoogte van meer dan 1500 m de windrichting:
2 - De minimale veiligheidsafstand tot een onweer moet:
3 - Volgens welk criterium worden luchtmassa's in de meteorologie hoofdzakelijk ingedeeld?
4 - De TEMSI-kaart stelt voor:
5 - Een dalende luchtdruk wijst vaak op:
6 - Op een drukveldkaart is de wind sterker naarmate:
7 - Per conventie komt de wind uit 090° uit het:
8 - In een melding geeft de code "CAVOK" het (waargenomen of voorspelde) ontbreken van ongunstige weersverschijnselen aan. Hij sluit echter de aanwezigheid van het volgende verschijnsel niet uit:
9 - Welke uitspraken zijn juist? 1) Lucht wordt op het noordelijk halfrond naar rechts afgebogen 2) Lucht wordt op het noordelijk halfrond naar links afgebogen 3) Op grote hoogte volgt de wind vrijwel de isobaren 4) Op grote hoogte kruist de wind de isobaren van hoge naar lage druk
10 - Welke uitspraken over water in de atmosfeer zijn juist? 1) Water komt voor in gasvormige, vloeibare en vaste vorm 2) De hoeveelheid waterdamp die de lucht kan bevatten, hangt af van de temperatuur 3) De relatieve vochtigheid is de verhouding tussen de aanwezige hoeveelheid waterdamp en de bij dezelfde temperatuur maximaal mogelijke hoeveelheid 4) Een relatieve vochtigheid van 100% betekent dat de lucht geen waterdamp meer kan opnemen zonder dat condensatie optreedt
11 - De groep PROB30 in een TAF betekent:
12 - Bij het naderen van een koufront ziet men vaak:
13 - Een temperatuurinversie kan bevorderen:
14 - In de standaardatmosfeer bedraagt de temperatuur op 5000 ft:
15 - Welke invloed heeft de luchtdichtheid op het hangvermogen (hoverprestatie) van een multirotordrone?
16 - Een loodrecht op een reliëf waaiende wind veroorzaakt stromingen:
17 - Er is sprake van een temperatuurinversie wanneer de temperatuur:
18 - Welke uitspraken over de toestandsveranderingen van water zijn juist? 1) Condensatie stelt warmte vrij 2) Verdamping neemt warmte op 3) Sublimatie neemt warmte op 4) IJsvorming (bevriezen) stelt warmte vrij
19 - Welke uitspraken over fronten zijn juist? 1) Een front is een scheidingsvlak tussen twee luchtmassa's met verschillende eigenschappen 2) Een warmtefront is over het algemeen verbonden met uitgestrekte gelaagde (stratiforme) wolken 3) Een koufront kan verbonden zijn met buien en onweer 4) De doorgang van een koufront gaat vaak gepaard met een weersverbetering na de doorgang
20 - De opstijgende dalwind (hellingopwind) ontstaat wanneer de berghellingen:
21 - De hoofdwolkenbasis (ceiling) duidt aan:
22 - Convectieve wolken ontwikkelen zich vooral:
23 - Welke uitspraken over de stabiliteit van de lucht zijn juist? 1) Een stabiele atmosfeer werkt verticale bewegingen tegen 2) Een instabiele atmosfeer bevordert verticale bewegingen 3) Een stabiele atmosfeer bevordert krachtige convectieve wolken 4) Een temperatuurinversie is een stabiliserende factor
24 - Voor een STS-vlucht moet men inzien:
25 - De turbulentie aan de lijzijde van een terrein wordt aangeduid als:
26 - Een barometrische hoogtemeter volgens luchtvaartontwerp wordt bij het opstijgen ingesteld op een druk van 980 hPa en toont de waarde 0 aan. In de standaardatmosfeer komt 980 hPa overeen met een hoogte van 280 m. Tijdens de vlucht bedraagt de luchtdruk 977,17 hPa, wat in de standaardatmosfeer overeenkomt met een hoogte van 305 m. Welke waarde toont deze hoogtemeter dan aan?
27 - Een zeebries ontstaat door:
28 - Bij onweer moet men prioritair:
29 - Het verschijnsel dat de zichtbaarheid niet beïnvloedt, is:
30 - Een zicht van 3000 m is:
31 - De doorgang van een koufront gaat vaak gepaard met:
32 - Een stabiele luchtmassa bevordert eerder:
33 - Nabij de grond is de windrichting:
34 - Een vlak waarvan alle punten dezelfde luchtdruk hebben, is een:
35 - Welke uitspraken over de wind zijn juist? 1) Wind is een horizontale beweging van lucht 2) Wind is een verticale beweging van lucht 3) Wind is het resultaat van het evenwicht tussen de drukkracht, de corioliskracht en de wrijvingskracht 4) Verticale stromingen beïnvloeden de horizontale stroming niet
36 - Welke luchtdrukwaarde wordt in de luchtvaart aangeduid als standaarddruk (QNE) en gebruikt als eenduidig referentievlak voor vlieghoogtes (flight levels)?
37 - Op grotere hoogte:
38 - Wat betekenen in een weerbericht de codes TS en FG?
39 - Welke uitspraken over de grondwind zijn juist? 1) De wind wordt door wrijving afgeremd 2) De wind waait parallel aan de isobaren 3) De wind richt zich gedeeltelijk naar de lage druk 4) De wind is onafhankelijk van het plaatselijke terrein
40 - Welke uitspraken over de wrijvingsturbulentie zijn juist? 1) Hoe groter de oneffenheden van de bodem, hoe sterker de wrijvingsturbulentie 2) Hoe sterker de wind, hoe sterker de wrijvingsturbulentie 3) De wrijvingsturbulentie verdwijnt 's nachts volledig 4) Deze is sterker uitgesproken in de onderste lagen
41 - Hagel komt voort uit de volgende wolk:
42 - Het dauwpunt is:
43 - Een trog is:
44 - In een METAR duidt QNH aan:
45 - Gedurende een dag met heldere hemel wordt de maximumtemperatuur geacht bereikt te zijn:
46 - De anabatische wind komt overeen met:
47 - De föhn is een wind:
48 - De gunstige omstandigheden voor het ontstaan van een zeewind zijn:
49 - Welke uitspraak over convectie is juist?
50 - Voor het aangeven van de windsnelheid kunnen verschillende eenheden worden gebruikt. Een wind van 30 kt komt ongeveer overeen met een wind van:
51 - In de onderste lagen van de atmosfeer neemt de luchtdruk proportioneel af met de hoogte; deze afname komt overeen met:
52 - Het ijzelrisico is bijzonder groot:
53 - Een rug (hogedrukwig) is:
54 - Welke uitspraken over temperatuur zijn juist? 1) Idealiter treedt het temperatuurminimum een half uur na zonsopgang op 2) Idealiter treedt het temperatuurminimum een half uur voor zonsopgang op 3) Idealiter treedt het temperatuurmaximum een uur na de doorgang van de zon door de meridiaan op 4) Idealiter treedt het temperatuurmaximum twee uur na de doorgang van de zon door de meridiaan op
55 - Het grootste gevaar van cumulonimbus voor een drone is:
56 - Een onweersvalwind wordt aangeduid als:
57 - Aan de loefzijde van een heuvel met een helling van 40° vindt u aan de voet van de helling:
58 - Welke uitspraken over isobaren zijn juist? 1) Ze verbinden punten met gelijke druk 2) Hoe dichter ze bij elkaar liggen, hoe sterker over het algemeen de wind is 3) Ze verbinden punten met gelijke temperatuur 4) Ze zijn nutteloos voor de weeranalyse
59 - De METAR is:
60 - In de troposfeer bedraagt de gemiddelde temperatuurafname per 1000 ft: