Ga naar de inhoud

Vluchtprestaties en vluchtplanning - SPL examen - brevet zweefvliegen - oefenvragen en examentraining

Vragen Vluchtprestaties en vluchtplanning - SPL - brevet privépiloot zweefvliegtuig (zweefvliegen)

Een zweefvliegtuig heeft een glijgetal van 30. Welke theoretische glijafstand volgt uit 1200 m hoogte zonder wind en zonder veiligheidsreserve? 4 antwoorden Een zweefvliegtuig heeft een glijgetal van 35. Welke theoretische glijafstand volgt uit 1000 m hoogte zonder wind en zonder veiligheidsreserve? 4 antwoorden Een zweefvliegtuig heeft een glijgetal van 40. Welke theoretische glijafstand volgt uit 1500 m hoogte zonder wind en zonder veiligheidsreserve? 4 antwoorden Een zweefvliegtuig heeft een glijgetal van 28. Welke theoretische glijafstand volgt uit 900 m hoogte zonder wind en zonder veiligheidsreserve? 4 antwoorden Een zweefvliegtuig heeft een glijgetal van 45. Welke theoretische glijafstand volgt uit 800 m hoogte zonder wind en zonder veiligheidsreserve? 4 antwoorden Een zweefvliegtuig heeft een glijgetal van 32. Welke theoretische glijafstand volgt uit 1600 m hoogte zonder wind en zonder veiligheidsreserve? 4 antwoorden Een zweefvliegtuig heeft een glijgetal van 38. Welke theoretische glijafstand volgt uit 1100 m hoogte zonder wind en zonder veiligheidsreserve? 4 antwoorden Een zweefvliegtuig heeft een glijgetal van 25. Welke theoretische glijafstand volgt uit 1400 m hoogte zonder wind en zonder veiligheidsreserve? 4 antwoorden Welk minimumglijgetal is zonder wind en zonder veiligheidsreserve nodig om 24 km af te leggen vanaf 800 m hoogte? 4 antwoorden Welk minimumglijgetal is zonder wind en zonder veiligheidsreserve nodig om 30 km af te leggen vanaf 1000 m hoogte? 4 antwoorden

Andere examenvakken SPL examen - brevet zweefvliegen - oefenvragen en examentraining