Ga naar de inhoud

Examenquiz Drone examen A2 - EU dronebewijs Open categorie gevorderd - oefenvragen en examentraining

Drone examen A2 - EU dronebewijs Open categorie gevorderd - oefenvragen en examentraining 10 Vragen zonder tijdslimiet

1 - Dichtere lucht leidt bij een multicopter of een vast-vleugeltoestel doorgaans tot:
2 - Welke uitspraken over hoogtewinden zijn juist? 1) Ze zijn vaak sterker dan aan de grond 2) Ze worden minder beïnvloed door wrijving 3) Ze verlopen steeds parallel aan het terrein 4) Ze kunnen duidelijk verschillen van de grondwind
3 - Een bufferzone rond het werkgebied maakt vooral mogelijk om:
4 - Een start vanaf een instabiel of stoffig oppervlak kan:
5 - Energiebeheer tijdens de nadering is belangrijk omdat:
6 - Cumulonimbus wordt voornamelijk geassocieerd met:
7 - Cx is de weerstandscoëfficiënt, Cz die van de lift. Het glijgetal wordt gedefinieerd door de verhouding:
8 - De keuze van de start- en landingsplaats moet met name mogelijk maken:
9 - Welke uitspraken over de QNH zijn juist? 1) Deze stelt de hoogtemeter in staat de hoogte nabij het gemiddelde zeeniveau aan te geven 2) Deze wordt aangegeven in hPa 3) Deze is nutteloos in de luchtvaart 4) Deze verandert met de weersontwikkeling
10 - Wanneer niet-betrokken personen het voorziene gebied van vluchtuitvoering binnenkomen, moet de piloot op afstand: