Ga naar de inhoud

Examenvragen Luchtrecht - SPL examen - brevet zweefvliegen - oefenvragen en examentraining

SPL examen - brevet zweefvliegen - oefenvragen en examentraining: Luchtrecht 10 Vragen zonder tijdslimiet

1 - Het minimale vliegzicht voor vluchten volgens zichtvliegregels (VFR) in luchtruimklasse D op FL110 bedraagt...
2 - Wat betekent de aanduiding van een gebied met "TMZ"?
3 - Een zweefvliegtuig haalt een ander zweefvliegtuig in tijdens een vrije afstandsvlucht (niet aan de helling, niet in de thermiek). Hoe moet er worden ingehaald?
4 - Welke actuele vliegervaring (recency) moet een SPL-houder voor het vliegen met zweefvliegtuigen (zonder TMG) in de afgelopen 24 maanden aantonen om de rechten van zijn brevet te mogen uitoefenen?
5 - Hoe kan de piloot van een luchtvaartuig aan hulpbehoevenden op de grond overdag bevestigen dat de reddingssignalen zijn begrepen?
6 - Welke diensten voeren luchtverkeersleiding uit?
7 - Een zweefvliegtuig en een luchtschip (airship) kruisen elkaar op gelijke hoogte. Wie heeft de uitwijkplicht volgens de SERA-regels?
8 - U ziet een rood vast licht vanaf de verkeerstoren terwijl u zich in de eindnadering bevindt. Wat betekent dit?
9 - Welke luchtvaartnavigatiedienst is verantwoordelijk voor de veilige uitvoering van gecontroleerde vluchten?
10 - Wanneer moet een luchtvaartvoorval (incident) of ongeval (accident) worden gemeld aan de bevoegde autoriteit voor ongevallenonderzoek?