Ga naar de inhoud

Examenvragen Navigatie - SPL examen - brevet zweefvliegen - oefenvragen en examentraining

SPL examen - brevet zweefvliegen - oefenvragen en examentraining: Navigatie 10 Vragen zonder tijdslimiet

1 - Hoe werkt rugwind op de haalbare glijafstand over de grond?
2 - De afstand tussen de twee lengtegraden 150° E en 151° E langs de evenaar bedraagt:
3 - Welke voorbereiding is bijzonder belangrijk vóór een overlandvlucht?
4 - De volgende waarden zijn gegeven: ware koers (TC): 255°. TAS: 100 kt. Wind: 200°/10 kt. De ware stuurkoers (TH) bedraagt...
5 - Bij het invullen van een navigatieplan is voor het laatste beentraject het volgende bekend: TC: 179°; WCA: +6°; VAR: 1°. Welke waarden hebben TH, MH en MC?
6 - Welke uitspraak over de magnetische variatie is juist?
7 - Een afstand van 7,5 cm op een luchtvaartkaart komt in werkelijkheid overeen met een afstand van 60,745 NM. De kaartschaal bedraagt...
8 - Welke omschrijving beschrijft een kaartschaal correct?
9 - Midden-Europese Tijd (MET) is vastgesteld als UTC+1. Welke tijd in UTC komt dus overeen met 1700 MET?
10 - Wat is bijzonder belangrijk bij navigatie in de buurt van control zones?