Ga naar de inhoud

Examenvragen Navigatie - SPL examen - brevet zweefvliegen - oefenvragen en examentraining

SPL examen - brevet zweefvliegen - oefenvragen en examentraining: Navigatie 10 Vragen zonder tijdslimiet

1 - Gegeven zijn: TC: 179°; WCA: -12°; VAR: 004°O; DEV: +002°. Welke waarden hebben MH en MC?
2 - De beide poolcirkels bevinden zich...
3 - De volgende waarden zijn gegeven: ware koers (TC): 255°. TAS: 100 kt. Wind: 200°/10 kt. De ware stuurkoers (TH) bedraagt...
4 - Hoe wordt een ware koers omgerekend naar een magnetische koers?
5 - Een luchtvaartuig vliegt op een stuurkoers van 090°. De af te leggen afstand bedraagt 90 NM. Na 45 NM bevindt het luchtvaartuig zich 4,5 NM ten noorden van de vliegroute. Welke stuurkoerscorrectie moet worden uitgevoerd om de bestemmingsluchthaven te bereiken?
6 - Welke uitspraak is juist voor een loxodroom (kompaskoerslijn)?
7 - Hoe wordt de hoek tussen kompasnoord (CN) en magnetisch noord (MN) genoemd?
8 - De volgende waarden zijn gegeven: ware koers (TC) van A naar B: 283°. Afstand over de grond: 75 NM. TAS: 105 kt. Tegenwindcomponent: 12 kt. Verwachte vertrektijd (estimated time of departure - ETD): 1242 UTC. De verwachte aankomsttijd (estimated time of arrival - ETA) bedraagt...
9 - Hoe werkt rugwind op de haalbare glijafstand over de grond?
10 - Bij gebruik van een GPS voor de rechtstreekse nadering van het eerstvolgende waypoint verschijnt op het toestel een afwijkingsindicatie in de vorm van een verticale lijn met stippen (dots) links en rechts van de lijn. Welke uitspraak beschrijft de juiste interpretatie van deze weergave?