Ga naar de inhoud

Examenvragen Navigatie - SPL examen - brevet zweefvliegen - oefenvragen en examentraining

SPL examen - brevet zweefvliegen - oefenvragen en examentraining: Navigatie 10 Vragen zonder tijdslimiet

1 - Wat is bij zwakke thermiek belangrijk voor de navigatie?
2 - Een luchtvaartuig vliegt op een drukhoogte van 7.000 ft bij een buitentemperatuur (OAT) van +21°C. De QNH-hoogte bedraagt 6.500 ft. De ware hoogte, afgerond op de dichtstbijzijnde 50 ft, bedraagt:
3 - De afstand van A naar B bedraagt 120 NM. Na 55 NM stelt de piloot een afwijking van het geplande traject van 7 NM naar rechts vast. Welke stuurkoerscorrectie moet worden uitgevoerd om B rechtstreeks te bereiken?
4 - Het begrip "burgerlijke schemering" is vastgesteld als...
5 - Wat is bij de eindnadering tijdens een overlandvlucht navigatorisch belangrijk?
6 - Hoe groot is het tijdsverschil wanneer de zon vanaf een bepaald punt 10 lengtegraden is opgeschoven?
7 - Midden-Europese Zomertijd (CEST) is vastgesteld als UTC+2. Welke tijd in UTC komt dus overeen met 1600 CEST?
8 - Welke eigenschappen heeft een Lambertkaart?
9 - De beide poolcirkels bevinden zich...
10 - Het breedteverschil tussen de twee plaatsen A (N12°53'30'') en B (S07°34'30'') bedraagt: