Ga naar de inhoud

Examenvragen Operationele procedures - Drone examen A1/A3 - EU dronebewijs Open categorie - oefenvragen en examentraining

Drone examen A1/A3 - EU dronebewijs Open categorie - oefenvragen en examentraining: Operationele procedures 10 Vragen zonder tijdslimiet

1 - Vluchten op het terrein van een luchtvaartterrein zonder luchtverkeersleidingseenheid en zonder vluchtinformatiedienst:
2 - Op de Nederlandse ICAO-kaart 1:500.000 staat naast een symbool de lettercode 'PAM' samen met een frequentievermelding. Waar gaat het bij zo'n symbool met een eigen identificatiecode (identifier) om?
3 - Op de Nederlandse ICAO-kaart 1:500.000 zijn lijnen ingetekend waarvan de uiteinden telkens worden begrensd door een klein zwart vierkant (mast). Wat stellen deze lijnen in de regel voor?
4 - Tenzij anders aangegeven wordt het downwind-been van een circuit gevlogen op een hoogte (AAL) van:
5 - Bij kortstondig verlies van het directe zicht (VLOS) moet de piloot op afstand:
6 - De startzone moet zo worden gekozen dat:
7 - Een wijziging van het vlieggebied tijdens de operatie vereist:
8 - Een antennemast staat op de ICAO-kaart voor zichtvliegen 1:500 000 aangegeven met de vermelding van nachtverlichting en de aanduiding «329 (968)». Hoe moet deze vermelding worden begrepen?
9 - Welke uitspraken over de noodprocedures zijn juist? 1) Ze zijn vastgelegd in het operationeel handboek 2) Ze zijn vastgelegd in de gebruikershandleiding 3) Ze beschrijven uitsluitend de procedures bij een motorstoring 4) Ze beschrijven de procedures bij een storing die de veiligheid aantast
10 - Een procedure voor het einde van de vlucht omvat: