Ga naar de inhoud

Examenvragen Operationele procedures - Drone examen A1/A3 - EU dronebewijs Open categorie - oefenvragen en examentraining

Drone examen A1/A3 - EU dronebewijs Open categorie - oefenvragen en examentraining: Operationele procedures 10 Vragen zonder tijdslimiet

1 - De piloot op afstand moet een noodlandingsgebied vaststellen:
2 - Bij kortstondig verlies van het directe zicht (VLOS) moet de piloot op afstand:
3 - Een communicatieprocedure met een waarnemer (assistent) moet zijn:
4 - Als de besturingsapp zich tijdens de vlucht afsluit, moet de piloot op afstand:
5 - Bij twijfel over de toelaatbaarheid van een gebied is de verstandige handelwijze:
6 - De afkorting SAR betekent:
7 - Bij verlies van de verbinding moet de voorziene procedure:
8 - De controle van het luchtruim vóór de vlucht moet worden herhaald wanneer:
9 - Het platform (apron) is:
10 - Op de Nederlandse ICAO-kaart 1:500.000 staat naast een symbool de lettercode 'PAM' samen met een frequentievermelding. Waar gaat het bij zo'n symbool met een eigen identificatiecode (identifier) om?