Ga naar de inhoud

Examensimulatie Vluchtprestaties van het UAS - Drone examen STS - specifieke categorie UAS (STS-01, STS-02) - oefenvragen en examentraining

Examensimulatie Drone examen STS Vluchtprestaties van het UAS 60 vragen in 90 minuten

1 - De nuttige lading van een luchtvaartuig is gelijk aan de startmassa:
2 - Welke uitspraken over de grenslaag zijn juist? 1) Het is de dunne luchtlaag in de onmiddellijke nabijheid van het oppervlak van het profiel 2) Ze heeft geen invloed op de weerstand 3) In deze laag zijn de wrijvingskrachten (viscositeit) merkbaar 4) Haar gedrag (laminair of turbulent) beïnvloedt het loslaten van de stroming
3 - Cx is de weerstandscoëfficiënt, Cz die van de draagkracht. Het glijgetal is gedefinieerd door de verhouding:
4 - De draagkracht is de component van de aerodynamische resultante:
5 - De afdrift is geringer wanneer u verhoogt:
6 - Welke uitspraken over een profiel in draagkrachttoestand zijn juist? 1) Het snelheidsverschil van de relatieve wind tussen bovenzijde en onderzijde houdt direct verband met de draagkracht 2) De viskeuze wrijving houdt verband met de weerstand 3) De geïnduceerde snelheid houdt verband met de weerstand
7 - Welke uitspraken over de stroming in een stroombuis zonder energietoevoer of energieonttrekking zijn juist? 1) De statische druk is constant 2) De statische druk kan veranderen 3) De totale druk (stuwdruk) is constant 4) De totale druk (stuwdruk) kan veranderen
8 - Een met de klok mee draaiende propeller wordt aangeduid met:
9 - Onder verder gelijke omstandigheden, wanneer de hoogte toeneemt:
10 - Om van een gestabiliseerde rechtlijnige horizontale vlucht over te gaan naar een gestabiliseerde rechtlijnige daalvlucht met dezelfde eigen snelheid en een verticale snelheid van 0,5 m/s met een drone van 3 kg massa, moet het vermogen worden verlaagd met:
11 - Welke uitspraken over de vlucht van een gegeven multirotordrone in zweefvlucht zijn juist? 1) De resultante van de elementaire draagkrachten van elk profiel staat loodrecht op het rotorvlak 2) De resultante van de elementaire weerstanden van elk profiel staat loodrecht op het rotorvlak 3) De resultante van de draagkrachten van alle rotoren compenseert het gewicht van de drone 4) Bij elke rotor compenseert het aandrijfmoment het weerstandsmoment 5) Hoe groter de massa van de drone, hoe hoger het toerental van de rotoren
12 - Hoe veranderen bij een gegeven vastevleugeldrone met gegeven massa en gegeven eigen snelheid de draagkracht en de invalshoek wanneer de dwarshelling toeneemt? 1) De draagkracht neemt bij geringe dwarshelling weinig en bij grote dwarshelling sterk toe 2) De draagkracht neemt bij geringe dwarshelling snel en bij grote dwarshelling zwak toe 3) De invalshoek neemt bij geringe dwarshelling weinig en bij grote dwarshelling sterk toe 4) De invalshoek neemt bij geringe dwarshelling snel en bij grote dwarshelling zwak toe
13 - Het zwaartepunt van een vliegklare vastevleugeldrone met een massa van 4 kg werd gemeten op 40 cm van het referentievlak. Wanneer een accessoire van 0,5 kg op een afstand van 35 cm tot het referentievlak wordt aangebracht, waar ligt het zwaartepunt dan ten opzichte van het referentievlak?
14 - In de standaardatmosfeer, net boven zeeniveau, neemt de luchtdruk af met:
15 - Welke verschijnselen zijn rond een profiel waar te nemen dat een relatieve wind met een passende invalshoek ontvangt? 1) Relatieve afname van de statische druk aan de bovenzijde (zuigzijde) 2) Relatieve toename van de statische druk aan de bovenzijde (zuigzijde) 3) Relatieve afname van de stromingssnelheid aan de bovenzijde (zuigzijde) 4) Relatieve toename van de stromingssnelheid aan de bovenzijde (zuigzijde)
16 - Om de omstroming van een lichaam te beschrijven, wordt onder andere de aanstroming gebruikt. 1) De aanstroming wordt in de ongestoorde zone ver stroomopwaarts gemeten 2) De aanstroming wordt in de buurt van het lichaam in de verstoorde zone stroomopwaarts gemeten 3) Er bestaat een direct verband tussen de aanstroming en de eigen snelheid (vaart) 4) Er bestaat geen direct verband tussen de aanstroming en de eigen snelheid (vaart)
17 - Draagkracht en weerstand veranderen zoals:
18 - Bij een eigen snelheid van 80 kt en een effectieve tegenwind van 20 kt bedraagt uw snelheid over de grond:
19 - Welke uitspraken over de vlucht van een multirotordrone in zweefvlucht zijn juist? 1) Hoe groter de massa van de drone, hoe hoger het door de batterij geleverde vermogen 2) De massa van de drone heeft geen wezenlijke invloed op het benodigde vermogen 3) Hoe lager de luchtdichtheid, hoe hoger het benodigde vermogen 4) De luchtdichtheid heeft geen invloed op het benodigde vermogen
20 - Hoe groot is het voor de zweefvlucht benodigde vermogen van een multicopterdrone met een massa van 3 kg (gewicht 29,43 N), wanneer de luchtdichtheid gelijk is aan 1,225 kg/m³, de totale oppervlakte van de rotoren gelijk is aan 0,30 m² en het zweefrendement η = 0,7 is?
21 - Het zwaartepunt van een luchtvaartuig moet:
22 - Welke uitspraken over een vastevleugeldrone zijn juist? 1) Het linkerdeel van de vermogen-snelheidscurve wordt normaliter gebruikt 2) Het linkerdeel van de vermogen-snelheidscurve wordt normaliter niet gebruikt 3) Hoe hoger de eigen snelheid, hoe groter de invalshoek 4) Het maximale vermogen bepaalt de bovengrens van de snelheid in horizontale vlucht
23 - Welke uitspraken over de besturing van de vastevleugeldrone zijn juist? 1) De rolroeren (ailerons) zorgen voor het evenwicht van het toestel rond de rolas 2) De rolroeren veroorzaken draaiingen rond de rolas 3) De rolroeren veroorzaken veranderingen van de dwarshelling 4) De rolroeren maken de besturing van de vliegbaan in het horizontale vlak mogelijk
24 - Over het verschijnsel van de draagkracht bij een profiel dat een relatieve wind met een passende invalshoek ontvangt? 1) Het drukverschil tussen onderzijde en bovenzijde neemt toe wanneer de invalshoek toeneemt 2) Het drukverschil tussen onderzijde en bovenzijde neemt af wanneer de invalshoek toeneemt 3) Het snelheidsverschil tussen bovenzijde en onderzijde neemt toe wanneer de invalshoek toeneemt 4) Het snelheidsverschil tussen bovenzijde en onderzijde neemt af wanneer de invalshoek toeneemt
25 - De door de GPS geleverde werkelijke ogenblikkelijke snelheid is de:
26 - Welke uitspraken over de ligging van het zwaartepunt van een vastevleugeltoestel zijn juist? 1) Hoe verder naar voren het zwaartepunt ligt, hoe groter de bestuurbaarheid 2) Hoe verder naar voren het zwaartepunt ligt, hoe geringer de bestuurbaarheid 3) Hoe verder naar achteren het zwaartepunt ligt, hoe groter de stabiliteit 4) Hoe verder naar achteren het zwaartepunt ligt, hoe geringer de stabiliteit
27 - Hoe hoog is het in zweefvlucht benodigde vermogen van een multirotordrone met een massa van 3 kg (gewicht 29,43 N), bij een luchtdichtheid van 1,225 kg/m³, een totale oppervlakte van de rotoren van 0,2 m² en een draagkrachtrendement η = 0,7?
28 - De aerodynamische resultante is:
29 - De kompasaanwijzing wordt verstoord (kies de meest nauwkeurige en volledige combinatie): 1 - bij turbulentie. 2 - in bochtvlucht. 3 - door de magnetische declinatie. 4 - tijdens een versnelling.
30 - De spoed van een propeller is:
31 - De weerstand is de component van de aerodynamische resultante:
32 - Van de naaf tot de tip van een propellerblad met vaste spoed verandert de invalshoek (bladhoek):
33 - Wanneer zich in het gebergte een stationaire stroming instelt, welke verschijnselen worden dan waargenomen bij het passeren van een bergzadel (pas)? 1) De stromingssnelheid neemt toe 2) De stromingssnelheid is constant 3) De statische druk is constant 4) De statische druk neemt af
34 - Welke uitspraken over de besturing van de multirotordrone zijn juist? 1) De giersturing berust op een differentiële sturing van het toerental van de met de klok mee en tegen de klok in draaiende rotoren 2) De giersturing berust op een gelijktijdige sturing van het toerental van de met de klok mee en tegen de klok in draaiende rotoren 3) De hoogtesturing berust op een differentiële sturing van het toerental van de met de klok mee en tegen de klok in draaiende rotoren 4) De hoogtesturing berust op een gelijktijdige sturing van het toerental van de met de klok mee en tegen de klok in draaiende rotoren
35 - U vliegt met 10 m/s. Uw snelheid in knopen bedraagt:
36 - Bij rustige lucht, zonder wind, met uitgeschakelde motor, komt de glijgetal overeen met de verhouding:
37 - Welke uitspraken zijn juist? 1) De drukkrachten staan loodrecht op het contactvlak 2) De drukkrachten verlopen parallel aan het contactvlak 3) De wrijvingskrachten (viscositeit) staan loodrecht op het contactvlak 4) De wrijvingskrachten (viscositeit) verlopen parallel aan het contactvlak
38 - Welke uitspraak over de besturing van de vastevleugeldrone is juist?
39 - Een drone met een massa van 2 kg (gewichtskracht 19,62 N) bevindt zich in een bocht met 30° dwarshelling. Hoe groot is de draagkracht?
40 - De propellers van een multirotortoestel draaien:
41 - Net boven een plaats waar de luchtdruk 1013,25 hPa en de temperatuur 30 °C bedraagt, neemt de luchtdruk af met:
42 - Ten opzichte van de aanstroming (relatieve wind) is de draagkracht gericht:
43 - De invalshoek is de hoek:
44 - In een stroombuis bij stationaire stroming meet men op een punt 1: snelheid = 10 m/s, luchtdichtheid = 1 kg/m³, statische druk = 1000 hPa. Welke waarden ontstaan op een punt 2, waar de stromingssnelheid gelijk is aan 2 m/s? 1) Statische druk = 1000,5 hPa 2) Statische druk = 1000 hPa 3) Luchtdichtheid = 1,5 kg/m³ 4) Luchtdichtheid = 1 kg/m³
45 - Het toerental van een rotor bedraagt 8000 tpm (837 rad/s). Hoe hoog is de omtreksnelheid van het profiel op 11 cm afstand van de as?
46 - Hoe hoog is het in zweefvlucht benodigde vermogen van een multirotordrone met een massa van 3 kg (gewicht 29,43 N), bij een luchtdichtheid van 1 kg/m³, een totale oppervlakte van de rotoren van 0,30 m² en een draagkrachtrendement η = 0,7?
47 - De verschillende stuurmodi, van de meest stabiele naar de minst stabiele, zijn:
48 - Het systeem voor hoogtehandhaving maakt hoofdzakelijk gebruik van: 1 - een satellietgestuurd positioneringssysteem 2 - een ultrasone sensor 3 - een variometer 4 - een barometer
49 - In rechtlijnige horizontale vlucht: 1 - compenseert de draagkracht het gewicht 2 - compenseert de draagkracht de weerstand 3 - compenseert de stuwkracht de weerstand 4 - compenseert de stuwkracht het gewicht
50 - Welke uitspraken over een multirotordrone zijn juist? 1) Het linkerdeel van de vermogen-snelheidscurve wordt normaliter gebruikt 2) Het linkerdeel van de vermogen-snelheidscurve wordt normaliter niet gebruikt 3) Hoe hoger de eigen snelheid, hoe sterker de lengtehelling neusomhoog is 4) Hoe hoger de eigen snelheid, hoe sterker de lengtehelling neusomlaag is
51 - In horizontale rechtlijnige vlucht van een vastevleugeltoestel:
52 - Welke uitspraken over de vlucht van een vastevleugeldrone met gegeven massa in gestabiliseerde rechtlijnige horizontale vlucht in een atmosfeer met gegeven dichtheid zijn juist? 1) Er bestaat een minimale eigen snelheid 2) Er bestaat een maximale eigen snelheid 3) Hoe lager de eigen snelheid, hoe groter de invalshoek
53 - Welke uitspraken over de positie en vlieghouding van het luchtvaartuig zijn juist? 1) Drie coördinaten definiëren de ruimtelijke positie van het zwaartepunt van het toestel 2) Drie hoeken definiëren de vlieghouding van de drone in de ruimte 3) De lengtehellingshoek is de hoek tussen de tuimelas (pitchas) van de drone en het horizontale vlak 4) De rol-, tuimel- en gierassen staan paarsgewijs loodrecht op elkaar 5) De rol-, tuimel- en gierassen snijden elkaar in het zwaartepunt van het toestel
54 - Na een belasting boven de elasticiteitsgrens geldt voor een onderdeel: 1) Het keert terug naar zijn oorspronkelijke vorm 2) Het heeft een geringere sterkte 3) Het behoudt zijn sterkte-eigenschappen 4) Het moet worden vervangen 5) Het kan worden gericht. Kies het meest volledige juiste antwoord.
55 - Welke uitspraken over de vlucht van een vastevleugeldrone met gegeven massa in gestabiliseerde rechtlijnige horizontale vlucht in een atmosfeer met gegeven dichtheid zijn juist? 1) De draagkracht compenseert het gewicht 2) De stuwkracht compenseert de weerstand 3) Bij elke eigen snelheid hoort een bepaalde stuwkracht 4) Bij elke eigen snelheid hoort een bepaalde invalshoek
56 - Een vastevleugeldrone met een massa van 2 kg (gewicht 19,62 N) bevindt zich in gestabiliseerde rechtlijnige klimvlucht met een baanhellingshoek van 10°. De weerstand bedraagt 2 N. Welke waarden hebben de draagkracht en de stuwkracht elk? 1) Draagkracht iets groter dan 19,62 N 2) Draagkracht iets kleiner dan 19,62 N 3) Stuwkracht gelijk aan 2 N 4) Stuwkracht gelijk aan 5,4 N
57 - Om van een gestabiliseerde rechtlijnige horizontale vlucht over te gaan naar een gestabiliseerde rechtlijnige klimvlucht met dezelfde eigen snelheid en een verticale snelheid van 1 m/s met een drone van 3 kg massa (gewicht 29 N), moet het vermogen worden verhoogd met:
58 - Welke uitspraken over de ligging van het zwaartepunt van een vastevleugeltoestel zijn juist? 1) Bij een zwaartepunt vóór de voorste zwaartepuntgrens is de bestuurbaarheid onvoldoende 2) Bij een zwaartepunt vóór de voorste zwaartepuntgrens is de stabiliteit onvoldoende 3) Bij een zwaartepunt achter de achterste zwaartepuntgrens is de bestuurbaarheid onvoldoende 4) Bij een zwaartepunt achter de achterste zwaartepuntgrens is de stabiliteit onvoldoende
59 - Bij constante eigen snelheid is de snelheid over de grond afhankelijk van:
60 - Net boven een plaats waar de luchtdruk 1013,25 hPa en de temperatuur 0 °C bedraagt, neemt de luchtdruk af met: