Ga naar de inhoud

Examenvragen Technische en operationele beperking van het grondrisico - Drone examen STS - specifieke categorie UAS (STS-01, STS-02) - oefenvragen en examentraining

Drone examen STS - specifieke categorie UAS (STS-01, STS-02) - oefenvragen en examentraining: Technische en operationele beperking van het grondrisico 10 Vragen zonder tijdslimiet

1 - Een dichtbevolkt gebied (bevolkt gebied) in de zin van de luchtvaartvoorschriften wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door:
2 - Welke koppeling van standaardscenario en droneklasse is vanuit het oogpunt van beheersing van het grondrisico juist?
3 - Met betrekking tot een school of een gevoelige instelling bestaat de juiste maatregel ter beperking van het grondrisico erin:
4 - In de STS-01 vliegt een luchtvaartuig met een MTOM van 6 kg op 90 m hoogte. Rekening houdend met het contingentiegebied (10 m aan elke zijde) en vervolgens de grondrisico-bufferzone: op welke minimale zijdelingse afstand, gemeten vanaf de rand van de vluchtgeometrie, moeten derden aan elke zijde worden weggehouden?
5 - Hoe heet het volume waarin het UAS bij een incident mag binnendringen?
6 - Bij de vergelijking van de twee klassen vanuit het oogpunt van beheersing van het grondrisico, welk wezenlijk verschil scheidt de C6 van de C5?
7 - In het kader van de nationale standaardscenario's (STS-01 en STS-02) wordt het „gecontroleerde grondgebied” gedefinieerd als:
8 - Als de omstandigheden voor de fail-safe-functie veranderen, welke maatregel vermindert het grondrisico het best?
9 - Bij gebruik van een parachute als inslagbeperkingssysteem moet de maximale hoogte die tot aan de stabilisatie verloren gaat, bedragen:
10 - Hoe heet in het kader van een STS het grondvolume dat onder controle van de exploitant staat en waarin de vluchtuitvoering beschermd tegen derden wordt uitgevoerd?