Ga naar de inhoud

Examenvragen Vluchtprestaties en vluchtplanning - SPL examen - brevet zweefvliegen - oefenvragen en examentraining

SPL examen - brevet zweefvliegen - oefenvragen en examentraining: Vluchtprestaties en vluchtplanning 10 Vragen zonder tijdslimiet

1 - Hoe lang kan een zweefvliegtuig bij een constant zinken van 0,8 m/s vanaf 800 m hoogte theoretisch glijden?
2 - Gebruik de afbeelding (PFP-063). Met welk symbool worden volgens ICAO algemene hoogtepunten (terreinhoogte) weergegeven?
question pfp63.webp
3 - Een zweefvliegtuig heeft een glijgetal van 35. Welke theoretische glijafstand volgt uit 1000 m hoogte zonder wind en zonder veiligheidsreserve?
4 - Welke uitspraak over de polare van een zweefvliegtuig is juist?
5 - Hoe lang kan een zweefvliegtuig bij een constant zinken van 0,6 m/s vanaf 900 m hoogte theoretisch glijden?
6 - Hoe moet de voorvliegsnelheid worden aangepast in sterke daalwind?
7 - Welke afstand kan in glijvlucht met een zweefvliegtuig met glijgetal 30 vanaf een hoogte van 1500 m worden afgelegd? (Wind en thermiek buiten beschouwing gelaten)
8 - Een zweefvliegtuig heeft een glijgetal van 38. Welke theoretische glijafstand volgt uit 1100 m hoogte zonder wind en zonder veiligheidsreserve?
9 - Waar moet het zwaartepunt van een luchtvaartuig zich bevinden?
10 - Waarvoor wordt de snelheid van het beste glijden gebruikt?