Ga naar de inhoud

Examensimulatie Algemene kennis van UAS - Drone examen A1/A3 - EU dronebewijs Open categorie - oefenvragen en examentraining

Examensimulatie Drone examen A1/A3 Algemene kennis van UAS 40 vragen in 60 minuten

1 - Het GPS-systeem NAVSTAR:
2 - Het coördinatenpunt 52°18'N - 004°46'O geeft de positie aan van:
3 - De kompasdeviatie hangt onder andere af van:
4 - De hoogte boven zeeniveau (altitude) van een luchtvaartuig is gedefinieerd als de verticale afstand tussen het luchtvaartuig en:
5 - Het kompas geeft onder de volgende omstandigheden foutieve aanwijzingen: 1 - turbulentie 2 - tijdens een bocht 3 - sterke zijwind 4 - een magnetische declinatie die niet nul is
6 - Welke stellingen over de nuttige lading (payload) zijn juist? 1) De accu behoort tot de nuttige lading 2) De accu behoort niet tot de nuttige lading 3) De sensoren behoren tot de nuttige lading 4) De sensoren behoren niet tot de nuttige lading
7 - De belangrijkste eigenschap van een gyroscoop is:
8 - Aerostaten zijn luchtvaartuigen die:
9 - Een propeller: 1 - heeft geen draairichting met de klok mee of tegen de klok in 2 - heeft een draairichting met de klok mee of tegen de klok in 3 - heeft een onderzijde (drukzijde) en een bovenzijde (zuigzijde) 4 - heeft geen onderzijde en geen bovenzijde
10 - Welke stellingen over de voortplanting van elektromagnetische golven zijn juist? 1) Bij een gegeven zendvermogen neemt het ontvangen vermogen af naarmate de afstand toeneemt. 2) Bij een gegeven zendvermogen neemt het ontvangen vermogen af naarmate de frequentie toeneemt. 3) Bij een gegeven versterking (gain) neemt de lengte van de antenne toe naarmate de frequentie afneemt.
11 - Welke stellingen over het zwaartepunt van het UAS zijn juist? 1) Het is het aangrijpingspunt van het gewicht 2) Het is het symmetriemiddelpunt van het toestel 3) Het wordt vastgelegd bij het ontwerp van het toestel 4) Het verandert met de nuttige lading (payload)
12 - Met betrekking tot de horizontale begrenzings- of geobewustzijnsfuncties (geo-awareness) van een UAS zijn de juiste stellingen: 1) Ze kunnen de piloot op afstand informeren over de positie van het toestel 2) Ze kunnen helpen om binnen een vastgelegd volume te blijven 3) Ze vervangen de voorbereiding met betrekking tot de geografische UAS-zones 4) Ze ontslaan de piloot op afstand nooit van de verplichting om de geldende grenzen na te leven
13 - De precessie van een koersgyroscoop wordt veroorzaakt door:
14 - De magnetische declinatie (variatie) is:
15 - De hoogtemeter is een instrument dat aangeeft:
16 - De aanwijzing van de hoogtemeter bij een gegeven werkelijke hoogte:
17 - De beschikbaarheid van het GNSS heeft betrekking op:
18 - Uw vluchtsysteem aan boord werkt met 6S LiPo-accu's; u kunt dan aansluiten: 1 - twee 3S-accu's parallel. 2 - twee 3S-accu's in serie. 3 - twee 6S-accu's in serie. 4 - twee 6S-accu's parallel.
19 - Welke stellingen over de GNSS-ontvanger zijn juist? 1) De ontvanger levert de heading 2) De ontvanger levert de grondkoers 3) De ontvanger levert de drift 4) De ontvanger levert de grondsnelheid
20 - De onderhoudswerkzaamheden:
21 - Het kompas geeft onder de volgende omstandigheden foutieve aanwijzingen: 1 - turbulentie 2 - tijdens een bocht 3 - een magnetische declinatie die niet nul is 4 - in de landingsfase
22 - Het kompas geeft aan:
23 - Onder welke spanning raakt een LiPo-cel beschadigd (gedegradeerd)?
24 - De vluchtbegrenzer (limiter) maakt het mogelijk om:
25 - De fundamentele informatie die de GPS levert, is:
26 - Enkele van deze stellingen zijn juist: 1 - de magnetische noordpool en de geografische noordpool vallen samen. 2 - de magnetische noordpool heeft geen vaste positie in de tijd. 3 - de geografische noordpool heeft een vaste positie in de tijd. 4 - de magnetische noordpool heeft een vaste positie in de tijd.
27 - De hoek tussen de magnetische koers en de kompaskoers heet:
28 - Twee punten met dezelfde geografische breedte liggen noodzakelijkerwijs:
29 - De geografische coördinaten van een plaats worden aangegeven ten opzichte van:
30 - Het regelmatige onderhoud van onbemande luchtvaartuigen is:
31 - In de GPS-modus worden gebruikt:
32 - Welke stellingen over de videoverbinding (video-downlink) zijn juist? 1) De datasnelheid ervan is hoger dan die van de besturingsverbinding (C2-link) van de drone 2) De datasnelheid ervan is lager dan die van de besturingsverbinding van de drone 3) Het bereik ervan is vaak groter dan dat van de besturingsverbinding van de drone 4) Het bereik ervan is vaak kleiner dan dat van de besturingsverbinding van de drone
33 - De ware koers is 013°. De magnetische declinatie is 13°W. De magnetische koers is:
34 - Om een positie in twee dimensies (breedte- en lengtegraad) te berekenen, heeft een GPS-ontvanger minimaal de signalen nodig van:
35 - Voor de berekening van de positie van de GNSS-ontvanger:
36 - Zonder bijzondere augmentatiesystemen ligt de positieonnauwkeurigheid van de GNSS-ontvanger onder goede ontvangstomstandigheden in de orde van grootte van:
37 - Welke functie hebben de balanceeraansluitingen van een accu?
38 - Zonder invoer van extra parameters kan een GPS de piloot rechtstreeks voorzien van:
39 - U beschikt over een 3S1P LiPo-accu van 5 200 mAh. De energie-inhoud van deze accu bedraagt:
40 - Welke stellingen over het horizontale begrenzingssysteem zijn juist? 1) De horizontale positie wordt voortdurend gemeten 2) De virtuele barrières zijn geprogrammeerd 3) Wanneer de horizontale grens is bereikt, houdt de automatische piloot deze positie aan 4) Wanneer de horizontale grens is bereikt, wordt een alarm geactiveerd