Ga naar de inhoud

Examensimulatie - Drone examen A2 - EU dronebewijs Open categorie gevorderd - oefenvragen en examentraining

Quiz Drone examen A2 - EU dronebewijs Open categorie gevorderd - oefenvragen en examentraining 30 vragen in 40 minuten

1 - De windrichting wordt gewoonlijk aangegeven:
2 - De aanwezigheid van dieren of kwetsbare personen in het gebied moet ertoe leiden:
3 - Welke uitspraken over luchtdichtheid zijn juist? 1) Deze neemt af wanneer de temperatuur stijgt 2) Deze neemt af wanneer de druk daalt 3) Deze beïnvloedt de lift en de vluchtprestaties 4) Deze heeft geen enkele invloed op de propellers
4 - De beoordeling van het risico op de grond moet worden uitgevoerd:
5 - Het "zwaartepuntbereik" heeft een achterste grens waarbuiten:
6 - De spoed van een propeller is:
7 - Het voor de zweefvlucht van een multicopter benodigde vermogen neemt doorgaans toe:
8 - Bij een eigen snelheid van 80 kt en een effectieve tegenwind van 20 kt bedraagt uw snelheid over de grond:
9 - Een trog is:
10 - Welke uitspraken over de stroming in een stroombuis zonder energietoevoer of energieafname zijn juist? 1) De statische druk is constant 2) De statische druk kan veranderen 3) De totale druk (stuwdruk) is constant 4) De totale druk (stuwdruk) kan veranderen
11 - Een controle van de propellers vóór de vlucht vermindert het risico op de grond omdat hiermee kan worden vastgesteld:
12 - Welke uitspraken over water in de atmosfeer zijn juist? 1) Water komt voor in gasvormige, vloeibare en vaste vorm 2) De hoeveelheid waterdamp die de lucht kan bevatten, hangt af van de temperatuur 3) De relatieve vochtigheid is de verhouding tussen de aanwezige hoeveelheid waterdamp en de bij dezelfde temperatuur maximaal mogelijke hoeveelheid 4) Een relatieve vochtigheid van 100% betekent dat de lucht geen waterdamp meer kan opnemen zonder dat condensatie optreedt
13 - Bij onweer moet men in de eerste plaats:
14 - De piloot op afstand moet de werklast beheersen om:
15 - Wanneer niet-betrokken personen het voorziene gebied van vluchtuitvoering binnenkomen, moet de piloot op afstand:
16 - De horizontale drukgradiënt is de oorzaak:
17 - De vlieghoogte beïnvloedt het risico op de grond omdat deze:
18 - De omgang met externe onderbrekingen is belangrijk omdat:
19 - De piloot op afstand moet een accureserve behouden omdat:
20 - Welke uitspraken over temperatuur zijn juist? 1) De temperatuur verandert met de plaats, de seizoenen en in de loop van de dag 2) T (K) = t (°C) + 273,15 3) In de troposfeer neemt de temperatuur over het algemeen af met de hoogte 4) Er kunnen inversielagen optreden waarin de temperatuur toeneemt met de hoogte
21 - In de troposfeer bedraagt de gemiddelde temperatuurafname met de hoogte:
22 - Welke uitspraken gelden voor een vast-vleugeldrone? 1) De belastingsfactor bedraagt 1 in de stationaire horizontale rechtlijnige vlucht 2) De belastingsfactor is in de gestabiliseerde bocht kleiner dan 1 3) De belastingsfactor neemt toe met de rolhoek 4) De toename van de belastingsfactor verhoogt de overtreksnelheid
23 - Op het noordelijk halfrond draait de wind aan de grond rond een lagedrukgebied:
24 - De geo-awarenessfunctie dient vooral om:
25 - Welke uitspraken over straling zijn juist? 1) Straling is een vorm van warmtetransport van golfachtige aard 2) De zon straalt naar de aarde en haar atmosfeer, en de aarde en haar atmosfeer stralen de ruimte in 3) Op planetair niveau is de gemiddelde stralingsbalans in evenwicht 4) Op kleinere schaal is de onevenwichtigheid van de stralingsbalans de oorzaak van weersverschijnselen
26 - Op het noordelijk halfrond draait de wind aan de grond rond een hogedrukgebied:
27 - Welke uitspraken over de stabiliteit van de lucht zijn juist? 1) Een stabiele atmosfeer werkt verticale bewegingen tegen 2) Een instabiele atmosfeer bevordert verticale bewegingen 3) Een stabiele atmosfeer bevordert krachtige convectieve wolken 4) Een temperatuurinversie is een stabiliserende factor
28 - Welke uitspraken over de elektrische aandrijving zijn juist? 1) Het beschikbare vermogen hangt af van de toestand van de batterij 2) Een koude batterij kan een verminderd vermogen vertonen 3) De spanning kan bij hoge belasting instorten 4) De vliegduur is onafhankelijk van de meegevoerde massa
29 - Advectiemist vormt zich wanneer een luchtmassa:
30 - De afdrift is geringer wanneer u verhoogt: