Ga naar de inhoud

Examensimulatie Operationele procedures - Drone examen STS - specifieke categorie UAS (STS-01, STS-02) - oefenvragen en examentraining

Examensimulatie Drone examen STS Operationele procedures 60 vragen in 90 minuten

1 - In het kader van een operatie in de specifieke categorie heeft de "voorziening ter bescherming van derden" (vluchtbeëindiging) vooral de functie:
2 - In STS-01 omvat het operatievolume het voorziene vluchtgebied plus een eventualiteitsvolume. Waarvoor dient dit eventualiteitsvolume bij een noodprocedure?
3 - Voordat de inzet wordt voortgezet, vereist de procedure bij een noodlanding vooral dat men:
4 - Voordat de inzet wordt voortgezet, vereist de procedure voor de handmatige overname vooral dat men:
5 - Het platform is:
6 - Voordat de inzet wordt voortgezet, vereist de procedure voor het logboek vooral dat men:
7 - Wat moet de piloot op afstand doen als het onmogelijk is de UAS binnen de grenzen van het vluchtgebied te houden? 1) De motoren uitschakelen 2) De voorziening ter bescherming van derden activeren 3) De camera inschakelen
8 - Tijdens een vlucht in STS-01 gaat de C2-verbinding verloren en start de fail-safe de automatische terugkeer (RTH). Welk gedrag van de piloot op afstand is tijdens deze fase het meest geschikt?
9 - Voordat de inzet wordt voortgezet, vereist de procedure voor gegevensbescherming vooral dat men:
10 - Een exploitant voert op dezelfde dag met dezelfde UAS 's ochtends 7 karteringsvluchten en 's middags 5 inspectievluchten op een andere locatie uit. Hoeveel afzonderlijke invoeren moet het logboek voor deze dag minstens bevatten, als voor elke vlucht een invoer vereist is?
11 - Waar vindt de piloot op afstand in het bedrijfshandboek van een in het standaardscenario verklaarde exploitant de te volgen werkwijze bij verlies van de besturings- en controleverbinding (C2)?
12 - Bij de handmatige overname moet de piloot op afstand vooral:
13 - Welk van de volgende elementen moet bij de controle voorafgaand aan de vlucht van een in de specifieke categorie (STS-01/STS-02) geëxploiteerde UAS verplicht VÓÓR elke vlucht worden gecontroleerd?
14 - Met welk middel moeten de luchtruimwaarnemer en de piloot op afstand volgens de voorschriften tijdens de operatie communiceren?
15 - Welke bijzonderheden kent de basale besturing via een camera (FPV)? 1) Het besturen is natuurlijk, aangezien de camera naar voren is gericht 2) Een verlies van de videoverbinding is niet doorslaggevend 3) Het besturen vereist een hoge mate van aandacht 4) De overdracht gebeurt meestal digitaal
16 - In STS-02 (BVLOS) heeft de inzet van een of meer luchtruimwaarnemers directe invloed op de toegestane afstand van het luchtvaartuig. Welke maximale afstand tussen luchtvaartuig en piloot op afstand is dan toegestaan?
17 - In een op de Nederlandse ICAO-kaart 1:500.000 ingetekend parachutespronggebied staat naast het symbool een getal (bijv. 13000). Waar staat deze aanduiding voor?
18 - Welke uitspraken over het bijwerken van de software (firmware) van de UAS vóór een operatie in de specifieke categorie (STS) zijn juist? 1) De piloot op afstand moet controleren dat de geïnstalleerde softwareversie overeenkomt met de door de gebruikershandleiding van de fabrikant vereiste versie 2) Een grote update kan het gedrag van de veiligheidsfuncties (geo-awareness, automatische terugkeer) veranderen en vereist een hernieuwde controle van hun werking 3) Elke update moet ter plaatse, vlak vóór het opstijgen, worden geïnstalleerd om over de nieuwste versie te beschikken 4) Het installeren van een veiligheidsrelevante software-update moet traceerbaar gedocumenteerd kunnen worden (datum, versie)
19 - Welke van de volgende elementen voor traceerbaarheid en operatie in de specifieke categorie (STS) moet de exploitant bij een controle aan de ILT kunnen overleggen? 1) De exploitatieverklaring en de ontvangstbevestiging ervan 2) Het logboek van de UAS en de onderhoudsregistraties 3) De competentiebewijzen (theoretisch en praktisch) van de piloten op afstand 4) Het actuele bedrijfshandboek
20 - Een piloot op afstand vliegt op een horizontale afstand van 250 m van zichzelf. De C2-verbinding gaat verloren en het toestel start een automatische terugkeer met een snelheid over de grond van 10 m/s. Hoelang duurt het bij een directe rechtlijnige baan ongeveer voordat het luchtvaartuig terugkeert naar zijn startpunt naast de piloot op afstand?
21 - Welke uitspraken over de noodprocedures zijn juist? 1) Ze zijn vastgelegd in het bedrijfshandboek 2) Ze zijn vastgelegd in de gebruikershandleiding 3) Ze beschrijven uitsluitend de procedures bij een motorstoring 4) Ze beschrijven de procedures bij een storing die de veiligheid aantast
22 - Welke van de volgende controles behoren tot de checklist NA de vlucht bij een operatie in de specifieke categorie? 1) Het luchtvaartuig en de propellers op schade onderzoeken 2) Het logboek invullen 3) Het ontbreken van NOTAM boven het gebied controleren 4) Toestand en temperatuur van de accu's controleren vóór het opbergen
23 - Voordat de inzet wordt voortgezet, vereist de procedure voor de landing vooral dat men:
24 - Welke uitspraken over vliegen in FPV-modus (vlucht vanuit het immersieve perspectief) zijn juist? 1) De voorwaarden voor de vlucht in direct zicht (VLOS) hebben betrekking op het directe zicht van de piloot op afstand op de UAS 2) Het begrip direct zicht kan worden uitgebreid tot de besturing via een camera 3) Om als vlucht in direct zicht te gelden, moet een piloot op afstand op elk moment direct zicht hebben op de UAS 4) Bij FPV-vluchten kunnen meerdere personen elkaar afwisselen in de besturing 5) Op een bepaald moment geldt slechts één enkele persoon als piloot op afstand
25 - Welke stap moet de exploitant bij de bevoegde instantie ondernemen voordat hij actief wordt in STS-01 of STS-02, waarbij het bedrijfshandboek behoort tot de elementen waarvan hij het bestaan verklaart?
26 - Welk element moet het bedrijfshandboek vastleggen met betrekking tot de competenties van het personeel?
27 - Welke informatie moet tijdens de teambriefing vóór een missie in de specifieke categorie worden behandeld? 1) De verdeling van de rollen en verantwoordelijkheden van elk lid 2) De nood- en eventualiteitsprocedures 3) De geografie van het gebied en de grenzen van het operatievolume 4) De verwachte weersomstandigheden
28 - Wat moet u als piloot op afstand vóór elke vlucht in het kader van de pre-flight check zeker controleren?
29 - De exploitant moet een noodplan opstellen voor het ingrijpen bij noodsituaties. Wat is de Engelse afkorting hiervoor?
30 - Welke stap moet de exploitant bij de bevoegde instantie ondernemen voordat hij begint met de operatie, om een UAS in de specifieke categorie volgens een standaardscenario (STS-01 of STS-02) te exploiteren?
31 - Als "instandhouding van de luchtwaardigheid" van een in de specifieke categorie geëxploiteerde UAS wordt aangeduid:
32 - Bij een vlucht in STS-01 moet de piloot op afstand vooral:
33 - Bij sterke wind: 1 - de stabiliteit van het toestel kan worden aangetast 2 - de vliegroute kan veranderen 3 - het heeft geen invloed op de vlucht 4 - de piloot raakt sneller vermoeid
34 - Bij een op SORA gebaseerde operatie moet de piloot op afstand vooral:
35 - Welke verticale vluchtbeperking geldt voor een drone boven een 110 m hoge antennemast? 1) Hoogte boven de grond 150 m 2) Hoogte boven de grond 125 m 3) Hoogte boven de masttop 40 m 4) Hoogte boven de masttop 15 m 5) Hoogte boven de masttop 260 m
36 - Welke minimumafstand moet een drone tot een snelweg aanhouden?
37 - Wie blijft tijdens de operatie verantwoordelijk voor de veilige uitvoering van de vlucht en de uiteindelijke beslissing, ook tegenover de bemanningsleden die ondersteunende functies vervullen?
38 - Als in STS-02 luchtruimwaarnemers langs de vliegroute zijn opgesteld, op welke maximale afstand van de dichtstbijzijnde waarnemer mag het luchtvaartuig worden geëxploiteerd?
39 - Wat geldt in Nederland voor de droneoperatie boven natuurgebieden?
40 - Bij het raadplegen van GoDrone, het digitale platform voor onbemande luchtvaart, moet de piloot op afstand vooral:
41 - Van een "fly-away" (ongecontroleerd wegvliegen) is sprake wanneer:
42 - Vóór het opstijgen stelt de piloot op afstand vast dat de afgesproken communicatieverbinding met de luchtruimwaarnemer is uitgevallen en niet kan worden hersteld. Wat schrijft de goede operationele praktijk voor?
43 - Welk document moet de UAS-exploitant in de specifieke categorie bij een vluchtuitvoering volgens een standaardscenario verplicht opstellen en actueel houden om de organisatie en de procedures van zijn operatie te beschrijven?
44 - Boven een meer waarvan het waterpeil op de topografische kaart is aangegeven met een terreinhoogte van 110 m en waarop een 20 m hoge antennemast staat, geldt voor een drone welke verticale vluchtbeperking? 1) Hoogte boven zeeniveau 230 m 2) Hoogte boven zeeniveau 260 m 3) Hoogte boven de grond 120 m 4) Hoogte boven de grond 50 m
45 - Wie binnen de organisatie draagt de verantwoordelijkheid voor het opstellen van het bedrijfshandboek, het waarborgen van de actualisering ervan en het garanderen dat de operatie wordt uitgevoerd in overeenstemming met de inhoud ervan?
46 - Voordat de missie wordt voortgezet, vereist de procedure van de missievoorbereiding vooral:
47 - Aan een verplichte voorafgaande aanmelding zijn onderworpen vluchten van op afstand bestuurde luchtvaartuigen:
48 - Welke verticale vluchtbeperking geldt boven een obstakel met een hoogte van meer dan 105 m?
49 - Bij de omgang met de accu's (batterijmanagement) moet de piloot op afstand vooral:
50 - Het bewegingsgebied (manoeuvreergebied) van een luchthaven bestaat uit: 1 Opstelplaatsen. 2 Betankingsvoorzieningen. 3 Onderhoudsvoorzieningen. 4 Start- en landingsbanen. 5 Taxibanen (taxiways). Kies de nauwkeurigste en meest volledige combinatie.
51 - Boven een meer waarvan het waterpeil op de topografische kaart is aangegeven met een terreinhoogte van 110 m, geldt voor een drone welke verticale vluchtbeperking? 1) Hoogte boven zeeniveau 230 m 2) Hoogte boven zeeniveau 260 m 3) Hoogte boven de grond 260 m 4) Hoogte boven de grond 120 m
52 - Voordat de inzet wordt voortgezet, vereist de procedure bij een op SORA gebaseerde operatie vooral dat men:
53 - Bij gegevensbescherming moet de piloot op afstand vooral:
54 - Voordat de missie wordt voortgezet, vereist de procedure van het raadplegen van GoDrone vooral:
55 - Na de vlucht stelt de piloot op afstand vast dat een LiPo-accu een stoot heeft opgelopen en een lichte opzwelling vertoont. Wat schrijft de procedure voor het batterijmanagement na de vlucht voor?
56 - Welke hoofdtaak heeft de luchtruimwaarnemer ("airspace observer") in het kader van het nationale standaardscenario STS-01, wanneer hij wordt ingezet?
57 - Hoe moet een luchtruimwaarnemer bij een vlucht in zicht (VLOS) in STS-01 ten opzichte van de piloot op afstand gepositioneerd zijn, wanneer hij wordt ingezet?
58 - Welke uitspraak over militaire laagvlieggebieden is juist voor de UAS-vluchtuitvoering in Nederland?
59 - Een piloot op afstand configureert vóór een vlucht in STS-01 de fail-safe-modus "terugkeer naar het startpunt" (RTH) van zijn multirotor. Welke parameter is het meest kritiek om te controleren, opdat dit manoeuvre veilig blijft?
60 - Welk van de volgende elementen behoort volgens de bijlage van Verordening (EU) 2019/947 NIET tot de vereiste inhoud van het bedrijfshandboek van een exploitant in het standaardscenario?