Ga naar de inhoud

Examensimulatie Technische en operationele beperking van het grondrisico - Drone examen STS - specifieke categorie UAS (STS-01, STS-02) - oefenvragen en examentraining

Examensimulatie Drone examen STS Technische en operationele beperking van het grondrisico 60 vragen in 90 minuten

1 - Een piloot op afstand bereidt een vlucht voor boven een druk bezochte spoorlijn en weg, waarop zich niet-betrokken personen in doorgang bevinden. Welke mitigatiemaatregel is met betrekking tot deze mobiele derden het meest zinvol?
2 - Als de omstandigheden op een bouwplaats veranderen, welke maatregel vermindert het grondrisico het best?
3 - Welke minimale breedte heeft de grondrisico-bufferzone in scenario STS-01 bij een drone met een massa van 4 kg en een vlieghoogte van 120 meter?
4 - Beschouw de volgende uitspraken over de grondrisico-bufferzone in de STS-01: 1) de breedte ervan neemt toe met de vlieghoogte; 2) de breedte ervan neemt toe met de MTOM; 3) ze dient ter bescherming van derden die zich buiten het operationele gebied bevinden; 4) ze is nul als het luchtvaartuig minder dan 4 kg weegt. Welke zijn juist?
5 - Met betrekking tot een vluchttraject in de buurt van publiek bestaat de juiste maatregel ter beperking van het grondrisico erin:
6 - Hoe heet het volume waarin het UAS bij een incident mag binnendringen?
7 - Welke van de volgende locaties moet als „mensenmenigte” worden beschouwd, waarboven de vlucht in de STS-01 verboden is?
8 - De maximumsnelheid in horizontale vlucht van een drone van klasse C6 komt, uitgedrukt in km/u, overeen met:
9 - Bij de vergelijking van de twee klassen vanuit het oogpunt van beheersing van het grondrisico, welk wezenlijk verschil scheidt de C6 van de C5?
10 - De mitigatie M1 van het grondrisico kan door operationele middelen (zonder meegevoerde voorziening) worden bereikt. Welk van deze middelen valt typisch onder M1?
11 - Een multicopter met een massa van 2 kg raakt de grond met een snelheid van 10 m/s. Hoeveel bedraagt de kinetische energie bij de inslag volgens Ek = ½·m·v²?
12 - Hoe bepaalt de exploitant in de STS-01 de afmetingen van de grondrisico-bufferzone (Ground Risk Buffer) die aan de vluchtgeometrie moet worden toegevoegd?
13 - In een bevolkt gebied bedient u een onbemand luchtvaartuig met een massa van 4 kg. De vlieghoogte zal 20 meter niet overschrijden. De maximale horizontale snelheid bedraagt 3 m/s. De minimale veiligheidsradius rond het onbemande luchtvaartuig bedraagt:
14 - Welke breedte heeft de bufferzone in scenario STS-01 bij een vlieghoogte van 120 m en een MTOM van meer dan 10 kg?
15 - Hoe verhouden de standaardscenario's STS-01 en STS-02 zich tot elkaar wat betreft de toegestane maximale startmassa (MTOM) van het UAS?
16 - Welke van de volgende afkortingen staat voor een systeem ter beperking van grondrisico's?
17 - Een „mensenmenigte” (assembly of people) in de zin van Verordening (EU) 2019/947 duidt op een concentratie van personen die zodanig is dat:
18 - Hoe wordt in standaardscenario STS-01 de minimale breedte van de grondrisico-bufferzone (Ground Risk Buffer) bepaald?
19 - Twee luchtvaartuigen vliegen in de STS-01 op dezelfde hoogte van 120 m: het ene heeft een MTOM van 8 kg, het andere van 18 kg. Welke uitspraak is juist met betrekking tot hun grondrisico-bufferzones?
20 - Waar bevindt zich in de STS-01 de grondrisico-bufferzone ten opzichte van de andere operationele volumes?
21 - Als in de STS-02 de vlucht buiten het zicht (BVLOS) met luchtwaarnemers wordt uitgevoerd, hoe groot is dan de maximaal toegestane horizontale afstand tussen de drone en de piloot op afstand?
22 - Een dichtbevolkt gebied (bevolkt gebied) in de zin van de luchtvaartvoorschriften wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door:
23 - Met betrekking tot een lage accustand bestaat de juiste maatregel ter beperking van het grondrisico erin:
24 - Welke van de volgende categorieën geldt als een „kwetsbare” groep personen die versterkte veiligheidsmarges op de grond rechtvaardigt?
25 - Om het grondrisico van een drone van klasse C6 bij zijn maximaal toegestane snelheid te karakteriseren, hanteert het Europese voorschrift een referentiewaarde voor de op het menselijk lichaam overdraagbare kinetische energie in de orde van grootte van:
26 - Welke minimale breedte heeft de grondrisico-bufferzone in scenario STS-01 bij een drone met een massa van 12 kg en een vlieghoogte van 90 meter?
27 - Welke kenmerken maken een drone van klasse C5 met betrekking tot het grondrisico bij gelijke massa veiliger dan een niet-geclassificeerd luchtvaartuig? 1) een geo-bewustzijnssysteem (Geo-Awareness) 2) een hoogtebegrenzingsvoorziening 3) een voorziening voor het op afstand uitschakelen van de motoren 4) een MTOM steeds onder 250 g
28 - Welke minimale uitbreiding heeft in de STS-01 het contingentiegebied (Contingency Volume) voorbij de vluchtgeometrie voor een niet-vastgemaakt luchtvaartuig, ongeacht de grondrisico-bufferzone?
29 - In de STS-02 staat de inzet van een of meer luchtwaarnemers toe om de maximale horizontale afstand tussen het UAS en de piloot op afstand te verhogen tot:
30 - Hoe hoog is in de STS-01 de maximaal toegestane vlieghoogte boven de grond binnen het gecontroleerde grondgebied?
31 - Als in de specifieke categorie het grondrisico niet door een standaardscenario kan worden gedekt, moet de exploitant hoofdzakelijk:
32 - Met betrekking tot een school of een gevoelige instelling bestaat de juiste maatregel ter beperking van het grondrisico erin:
33 - Welke breedte heeft het contingentiegebied in scenario STS-01?
34 - Als de omstandigheden voor het volgen van een bewegend object veranderen, welke maatregel vermindert het grondrisico het best?
35 - Hoe hoog is de toegestane maximale startmassa (MTOM) inclusief nuttige lading voor een drone van klasse C5 of C6, bestemd voor de Europese standaardscenario's?
36 - Het inslagbeperkingssysteem waarover u beschikt is een parachute die zich door de zwaartekracht in 2 seconden ontplooit. Volgens de formule h = 1/2·g·t² bedraagt de minimale ontplooiingshoogte om de inslagenergie in acht te nemen ongeveer:
37 - Tijdens een STS-01-vlucht wordt een niet-betrokken persoon onvoorzien overvlogen. Welke maatregel ter vermindering van het grondrisico voorziet Verordening (EU) 2019/947?
38 - Een ontplooide parachute beperkt de daalsnelheid tot ongeveer 5 m/s. Welke maximale dronemassa is toegestaan om bij deze daalsnelheid onder de drempelwaarde van 80 J te blijven (Ek = ½·m·v²)?
39 - Als de omstandigheden tijdens een STS-01-vluchtuitvoering veranderen, welke maatregel vermindert het grondrisico het best?
40 - Met betrekking tot een gecontroleerd grondgebied bestaat de juiste maatregel ter beperking van het grondrisico erin:
41 - Met betrekking tot de massa van het UAS bestaat de juiste maatregel ter beperking van het grondrisico erin:
42 - Welke koppeling van standaardscenario en droneklasse is vanuit het oogpunt van beheersing van het grondrisico juist?
43 - Vergeleken met een drone zonder inslagbeperkingsvoorziening die in vrije val neerstort, is het verwachte effect van een correct ontplooide parachute op de inslagenergie:
44 - In het kader van de nationale standaardscenario's (STS-01 en STS-02) wordt het „gecontroleerde grondgebied” gedefinieerd als:
45 - In de STS-02 (standaardscenario in dunbevolkt gebied en buiten het zicht, BVLOS), welke regel geldt voor niet-betrokken personen?
46 - Hoe ontwikkelt de breedte van de grondrisico-bufferzone zich voor een luchtvaartuig met een MTOM van meer dan of gelijk aan 10 kg in de STS-01, afhankelijk van de vlieghoogte H (gevallen H = 60, 90 en 120 m)?
47 - In welk geval is het grondrisico het hoogst?
48 - Aan welke referentiewaarde van kinetische inslagenergie is, volgens de logica van de grondrisicoklassen van EASA (SORA/STS), de drempelwaarde gekoppeld die overeenkomt met de laagste grondrisicoklasse en die een inslagbeperkingssysteem niet mag overschrijden?
49 - In de STS-01 vliegt een luchtvaartuig met een MTOM van 6 kg op 90 m hoogte. Rekening houdend met het contingentiegebied (10 m aan elke zijde) en vervolgens de grondrisico-bufferzone: op welke minimale zijdelingse afstand, gemeten vanaf de rand van de vluchtgeometrie, moeten derden aan elke zijde worden weggehouden?
50 - Met betrekking tot een STS-02-vluchtuitvoering bestaat de juiste maatregel ter beperking van het grondrisico erin:
51 - Als de omstandigheden voor een vlucht in de buurt van een gevel veranderen, welke maatregel vermindert het grondrisico het best?
52 - Het gecontroleerde grondgebied omvat ten minste twee onderdelen op de grond. Welke?
53 - Welke minimale breedte heeft de grondrisico-bufferzone in scenario STS-01 bij een drone met een massa van 4 kg en een vlieghoogte van 60 meter?
54 - Als tijdens de vlucht een niet-betrokken persoon het uitsluitingsgebied voor derden binnendringt en de piloot op afstand deze persoon niet naar buiten kan leiden, hoe moet hij dan reageren?
55 - Bij gebruik van een parachute als inslagbeperkingssysteem moet de maximale hoogte die tot aan de stabilisatie verloren gaat, bedragen:
56 - Waartoe dient de grondrisico-bufferzone (Ground Risk Buffer) in de STS-01?
57 - Welke vereiste geldt voor een bij de vluchtuitvoering betrokken persoon (behalve de piloot op afstand of de bediener van de nuttige lading), zodat hij zich tijdens de vlucht in het uitsluitingsgebied voor derden mag bevinden?
58 - Met betrekking tot een lijnvormig obstakel bestaat de juiste maatregel ter beperking van het grondrisico erin:
59 - Als de omstandigheden voor de keuze van de opstijgplaats veranderen, welke maatregel vermindert het grondrisico het best?
60 - Welke breedte heeft de bufferzone in scenario STS-01 bij een vlieghoogte van 90 m en een MTOM van minder dan 10 kg?