Ga naar de inhoud

Examensimulatie Technische en operationele beperking van het luchtrisico - Drone examen STS - specifieke categorie UAS (STS-01, STS-02) - oefenvragen en examentraining

Examensimulatie Drone examen STS Technische en operationele beperking van het luchtrisico 60 vragen in 90 minuten

1 - Om het luchtrisico onder een naderingsgebied (TMA) te verminderen, bestaat de meest geschikte maatregel erin:
2 - In de STS-02 zijn luchtwaarnemers ingezet. Een waarnemer is 0,8 km van de piloot op afstand verwijderd gepositioneerd, en het UAS beweegt zich 1,4 km voorbij deze waarnemer, in het verlengde van het vluchttraject. Blijft de positie van het UAS binnen de afstandsgrenzen van de STS-02?
3 - Hoe worden in de gestandaardiseerde luchtvaartspreekgroep (ICAO) de cijfers „3” en „5” uitgesproken bij een radio-uitzending?
4 - Om het luchtrisico in de buurt van een controlezone (CTR) te verminderen, bestaat de meest geschikte maatregel erin:
5 - Als in VLOS-vlucht een bemand luchtvaartuig in de buurt wordt gedetecteerd en er een botsingsrisico bestaat, wordt van de piloot op afstand de volgende handeling verwacht:
6 - Hoe wordt in de SORA-methodiek (luchtrisico-deel) het resterende risico van een botsing in de lucht genoemd, waaraan het bemande luchtvaartuig binnen het operationele volume is blootgesteld?
7 - Welke kwalificatie-eis wordt in de STS-02 aan de piloot op afstand gesteld en draagt bij tot de beheersing van het luchtrisico bij BVLOS-operaties?
8 - Wanneer meerdere luchtwaarnemers de hemelbewaking onderling verdelen, hoe moeten de bewakingssectoren worden toegewezen?
9 - Hoe heet de mogelijke situatie van een botsing in de lucht?
10 - Welke hoofdtaak heeft bij een vluchtuitvoering in de specifieke categorie een luchtwaarnemer (Airspace Observer)?
11 - Welke uitspraken zijn juist met betrekking tot de weergave van luchtruimen en gebieden op de ICAO-kaart 1:500.000? 1) De gebieden P, R en EHD zijn afgebakend door een omranding en aangeduid met hun letter gevolgd door een nummer 2) De verticale grenzen van een gebied worden aangegeven met een ondergrens en een bovengrens 3) Een CTR wordt weergegeven met een bijzondere lijn rond het gecontroleerde vliegveld 4) Op de kaart is nooit een verticale grens aangegeven
12 - Wat is de correcte definitie van een „geografisch UAS-gebied” in de zin van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947?
13 - Welke uitspraken over de hoogtebegrenzingsfunctie zijn juist? 1) De hoogte wordt voortdurend gemeten 2) De maximale hoogte is geprogrammeerd 3) Bij het bereiken van de maximale vlieghoogte houdt de autopiloot deze hoogte aan 4) Bij het bereiken van de maximale vlieghoogte wordt een alarm geactiveerd
14 - Om het luchtrisico bij een slecht zichtbaar UAS te verminderen, bestaat de meest geschikte maatregel erin:
15 - Welke van deze factoren verminderen de waarnemingsafstand waarop de piloot op afstand zijn onbemande luchtvaartuig in VLOS nog kan zien? 1) De geringe grootte en slechte zichtbaarheid van het luchtvaartuig 2) Slecht meteorologisch zicht of tegenlicht 3) Een gelijkmatige en heldere hemelachtergrond 4) De aanwezigheid van een contrastrijke markering op het luchtvaartuig
16 - Welke van de volgende uitspraken over de inzet van luchtwaarnemers ter beperking van het botsingsrisico zijn juist? 1) De inzet van waarnemers vormt een erkende maatregel ter beperking van het luchtrisico 2) Correct verdeelde waarnemers maken het mogelijk de visuele dekking uit te breiden voorbij wat de piloot op afstand alleen ziet 3) De aanwezigheid van waarnemers elimineert het botsingsrisico volledig 4) De doeltreffendheid van de waarnemers hangt af van de kwaliteit en snelheid van de communicatie met de piloot op afstand
17 - Welke verplichting geldt voor de luchtruimgebruiker in een RMZ (Radio Mandatory Zone)?
18 - Welke uitrusting vult het principe „zien en ontwijken” zinvol aan door de herkenbaarheid van het onbemande luchtvaartuig door de andere luchtruimgebruikers te verbeteren, met name 's nachts?
19 - Bij een herbeoordeling van het luchtrisico in de buurt van een CTR, welke beslissing is het veiligst?
20 - Een gevarengebied wordt bijvoorbeeld gepubliceerd in de vorm „EHD54 SFC-2500 ft AMSL”. Welke uitspraken zijn juist? 1) De code EHD duidt op een gevarengebied 2) SFC geeft aan dat het gebied vanaf het oppervlak begint 3) 2500 ft AMSL is de bovengrens, gemeten ten opzichte van het gemiddelde zeeniveau 4) Een gevarengebied verbiedt permanent elk overvliegen
21 - Welke maximale horizontale afstand tussen het UAS en de piloot op afstand is toegestaan in de STS-02, als luchtwaarnemers (Airspace Observers) worden ingezet?
22 - Op een Nederlandse ICAO-kaart 1:500.000 wordt een gebied met vluchtbeperkingen aangeduid met een lettercode. Welke?
23 - Uw luchtvaartuig vliegt op u af, en een ander luchtvaartuig komt het tegemoet. U moet uitwijken door de volgende besturing te bedienen:
24 - In Nederland, welk officieel portaal biedt inzage in de geografische UAS-gebieden (beperkingen en vliegverboden voor drones, zowel in de open als in de specifieke categorie)?
25 - Opdat een team van een piloot op afstand en luchtwaarnemers doeltreffend is, aan welke communicatievoorwaarde moet noodzakelijkerwijs worden voldaan?
26 - Een naderingsgebied (TMA) verschilt hoofdzakelijk van een CTR doordat:
27 - Waarvan hangt in de op BVLOS-operaties toegepaste SORA-methode de aanvankelijke luchtrisicoklasse (ARC – Air Risk Class) hoofdzakelijk af?
28 - De aan boord aanwezige functie „geo-bewustzijn” (Geo-Awareness), verplicht voor talrijke UAS's van klasse C in de open categorie, heeft als taak:
29 - Welke maximale horizontale afstand tussen het UAS en een luchtwaarnemer is toegestaan in de STS-02, zodat deze zijn taak van luchtverkeersdetectie doeltreffend kan vervullen?
30 - Bij een herbeoordeling van het luchtrisico tijdens een verticale stijgvlucht, welke beslissing is het veiligst?
31 - Welke uitspraken over de horizontale begrenzingsvoorziening zijn juist? 1) De horizontale positie wordt te allen tijde gemeten 2) De virtuele barrières zijn geprogrammeerd 3) Wanneer de horizontale grens is bereikt, houdt de autopiloot deze positie aan 4) Wanneer de horizontale grens is bereikt, wordt een alarm geactiveerd
32 - Een gebied met vliegverbod (P – Prohibited) op de ICAO-kaart verplicht de piloot op afstand tot:
33 - Bij een herbeoordeling van het luchtrisico in de buurt van een helikoptertransitroute, welke beslissing is het veiligst?
34 - Bij een herbeoordeling van het luchtrisico in BVLOS, welke beslissing is het veiligst?
35 - Een luchtvaartuig ziet voor zich een ander luchtvaartuig met slechts een licht afwijkende koers en een lagere snelheid dan de eigen snelheid. Wat moet de piloot doen?
36 - Een luchtvaartuig ziet een ander luchtvaartuig van hetzelfde type rechts van zich op convergerende koers. Hoe gedraagt het zich?
37 - Om het luchtrisico in een militair laagvlieggebied te verminderen, bestaat de meest geschikte maatregel erin:
38 - Hoe wordt in de specifieke categorie de aan het operationele volume toegevoegde „luchtrisico-bufferzone” (Air Risk Buffer) gedefinieerd?
39 - Welke conventie voor positieaanduiding wordt bij een vluchtuitvoering met waarnemers gewoonlijk gebruikt om de relatieve positie van een gedetecteerd luchtvaartuig snel door te geven?
40 - Bij een herbeoordeling van het luchtrisico met een slecht zichtbaar UAS, welke beslissing is het veiligst?
41 - Om het luchtrisico in de buurt van een helikopter-transitas te verminderen, bestaat de meest geschikte maatregel erin:
42 - Bij een herbeoordeling van het luchtrisico in een UAS-geozone (of eventueel in een U-space-gebied), welke beslissing is het veiligst?
43 - Bij een herbeoordeling van het luchtrisico in een militair laagvlieggebied, welke beslissing is het veiligst?
44 - Bij een herbeoordeling van het luchtrisico in de buurt van een vliegveld met gepubliceerde frequentie, welke beslissing is het veiligst?
45 - Een luchtwaarnemer detecteert een convergerend bemand luchtvaartuig en schat in dat een botsing mogelijk is. Welke handeling wordt van hem verwacht?
46 - Waarin verschilt een luchtwaarnemer (Airspace Observer) van een UA-waarnemer (UA Observer), zoals gedefinieerd in de AMC bij Verordening (EU) 2019/947?
47 - De vlucht op „uitgebreid rechtstreeks zicht” door een luchtwaarnemer (EVLOS) verschilt van de klassieke VLOS doordat:
48 - Welke uitspraken zijn juist met betrekking tot de inzet van luchtwaarnemers in de STS-02? 1) Ze maken het mogelijk de afstand UAS–piloot op afstand van 1 km naar 2 km uit te breiden 2) Ze zijn met de piloot op afstand verbonden via een robuust en voortdurend communicatiemiddel 3) Ze ontslaan van de naleving van de maximale hoogte van 120 m 4) Elk van hen mag niet meer dan 1 km van het UAS verwijderd zijn
49 - Waartoe dient in een U-space-luchtruim de door de U-space-dienstverlener aangeboden geo-bewustzijnsdienst (Geo-Awareness)?
50 - Welke van de volgende diensten behoort volgens Uitvoeringsverordening (EU) 2021/664 NIET tot de vier verplichte U-space-diensten die elke dienstverlener (USSP) in een U-space-luchtruim moet aanbieden?
51 - Bij een herbeoordeling van het luchtrisico onder een TMA, welke beslissing is het veiligst?
52 - Wat zijn de belangrijkste maatregelen ter bescherming van personen en zaken? 1) De scheiding van het verkeer van de bemande luchtvaart 2) De coëxistentie met de bemande luchtvaart 3) Het niet overvliegen van niet-betrokken personen op de grond 4) Voorzieningen zoals parachutes
53 - Een verticale gebiedsgrens is aangegeven met „1500 ft AGL”. Wat betekent de afkorting AGL?
54 - Als een UAS-geozone het overvliegen verbiedt, maar een exploitant daar toch actief moet zijn (zowel in de open als in de specifieke categorie), welke procedure is normaal gesproken vereist tegenover de autoriteiten?
55 - In hoeverre toont het principe „zien en ontwijken” zijn grenzen tegenover een snel bemand luchtvaartuig (bijvoorbeeld een helikopter of een lichtvliegtuig) in vlucht op geringe hoogte?
56 - Om het luchtrisico in een U-space-luchtruim of een geografisch UAS-gebied te verminderen, bestaat de meest geschikte maatregel erin:
57 - Welke actor is in de Europese U-space-architectuur belast met het bieden van een gemeenschappelijk en geharmoniseerd beeld van luchtvaartgegevens en het luchtbeeld (met name de positie van bemande luchtvaartuigen) aan de verschillende USSP's binnen een U-space-gebied?
58 - Het aanhouden van een geringe horizontale afstand tussen de piloot op afstand en zijn onbemande luchtvaartuig verbetert onmiddellijk:
59 - Welke maximale horizontale afstand tussen het UAS en de piloot op afstand is toegestaan in standaardscenario STS-02 (BVLOS in een gebied met lage bevolkingsdichtheid), als geen luchtwaarnemer wordt ingezet?
60 - Vóór een vlucht in de specifieke categorie (STS): in welke fase van de uitvoering van de operatie vinden de raadpleging van de UAS-geozones en de bijwerking van de geo-bewustzijnsfunctie plaats?