Ga naar de inhoud

Examensimulatie Grondbeginselen van het vliegen - SPL examen - brevet zweefvliegen - oefenvragen en examentraining

Examensimulatie SPL examen Grondbeginselen van het vliegen 120 vragen in 120 minuten

1 - Waar aan de draagvleugel kan een drukvereffening tussen onder- en bovenzijde plaatsvinden?
2 - Welk proces vindt plaats bij het stuwpunt?
3 - Door welk bouwdeel wordt de stabilisatie om de dwarsas tijdens de reisvlucht bereikt?
4 - Drukweerstand, interferentieweerstand en wrijvingsweerstand behoren tot de groep van...
5 - Door welke maatregelen verbetert het glijgetal van een zweefvliegtuig?
6 - Waaruit bestaat de totale weerstand volledig?
7 - Wat onderscheidt de tolvlucht van de spiraalduik?
8 - Hoe kan bij een eenzijdige overtrek en het daaropvolgende afkippen worden voorkomen dat het vliegtuig in een tolvlucht overgaat?
9 - Onder welke omstandigheden is de geïnduceerde weerstand bijzonder groot?
10 - Hoe gedragen lift en weerstand zich tijdens de overtrek (stall)?
11 - Hoe verandert de parasitaire weerstand bij verdubbeling van de stromingssnelheid, als alle andere parameters ongewijzigd blijven?
12 - Welke omstandigheden leiden tot een verlaagde overtreksnelheid Vs (IAS)?
13 - Hoe gedraagt de ligging van het drukpunt van een positief gewelfd profiel zich bij toenemende invalshoek?
14 - Waar moet bij een zweefvliegtuig met welfkleppen in het bijzonder op gelet worden?
15 - De invalshoek is de hoek tussen...
16 - Welk punt op het vleugelprofiel wordt door nummer 1 weergegeven? Zie afbeelding (PFA-009)
question pfa-009.webp
17 - De vergelijking van Bernoulli stelt voor wrijvingsvrije, incompressibele gassen:
18 - Welk effect treedt op bij het uitslaan van welfkleppen?
19 - Waar moet in het bijzonder op gelet worden wanneer een zweefvliegtuig met waterballast wordt gevlogen?
20 - Welke uitspraak over de geïnduceerde weerstand in de ongestoorde reisvlucht (horizontale vlucht) is juist?
21 - Welke uitspraak met betrekking tot de tolvlucht is juist?
22 - Welke drukverhoudingen bestaan bij positieve invalshoeken aan een draagvleugelprofiel dat lift genereert?
23 - Waar ontstaat de interferentieweerstand aan een luchtvaartuig?
24 - Waar moet met betrekking tot de ligging van het zwaartepunt op gelet worden?
25 - Een zweefvliegtuig wordt met waterballast gevlogen. Hoe gedragen de beste glijhoek en de snelheid van het beste glijden zich in vergelijking met de situatie zonder waterballast?
26 - Welk verband bestaat er tussen invalshoek en lift?
27 - Omgeven door een luchtstroming (v > 0) veroorzaakt een willekeurig gevormd lichaam in ieder geval:
28 - Welk voordeel biedt het gebruik van differentiële rolroeren?
29 - Welke onderdelen van het vliegtuig hebben bijzonder veel invloed op de geïnduceerde weerstand?
30 - Welk punt op het vleugelprofiel wordt door nummer 3 weergegeven? Zie afbeelding (PFA-009)
question pfa-009.webp
31 - Welk constructief kenmerk zorgt voor een verhoging van de dwarsstabiliteit van een vliegtuig met vaste vleugels?
32 - Welke van de genoemde vleugelvormen heeft de geringste geïnduceerde weerstand?
33 - Welke constructieve maatregel draagt bij aan het verminderen van stuurkrachten?
34 - Hoe wordt het negatieve giermoment (haakeffect) gecompenseerd?
35 - Welke functie heeft de statische roerbalans?
36 - Alle op het profiel werkende luchtkrachten kunnen worden beschouwd als aangrijpend in één enkel punt. Dit punt heet...
37 - Welke uitspraak over de omstroming van een draagvlak is correct wanneer de invalshoek afneemt?
38 - Welke verhouding wordt aangeduid met het begrip "vleugelbelasting"?
39 - Hoe gedragen het lastveelvoud (n) en de overtreksnelheid (VS) zich in de gecoördineerde bochtvlucht?
40 - Welke krachtenverhoudingen kenmerken de stationaire glijvlucht van een zweefvliegtuig?
41 - De in de afbeelding weergegeven hoek (alpha) komt overeen met de... Zie afbeelding (PFA-003) DoF: aanstroomrichting (richting van de luchtstroming).
question pfa-003.webp
42 - Welk constructief kenmerk zorgt voor een verhoging van de richtingsstabiliteit van een vliegtuig met vaste vleugels?
43 - Welke uitspraak beschrijft een situatie van statische stabiliteit?
44 - Welk constructief kenmerk is in de afbeelding weergegeven? Zie afbeelding (PFA-006) L: Lift
question pfa-006.webp
45 - Wat verstaat men onder het negatieve giermoment (haakeffect)?
46 - Wat wordt veroorzaakt door de drukvereffening tussen de boven- en onderzijde van de draagvleugel?
47 - Welke uitspraak over de invalshoek is juist?
48 - Nummer 2 in de tekening komt overeen met... Zie afbeelding (PFA-010)
question pfa-010.webp
49 - Hoe veranderen lift en weerstand bij het naderen van de overtrektoestand?
50 - Hoe wordt de verhouding tussen spanwijdte en gemiddelde profieldiepte genoemd?
51 - Het richtingsroer beweegt een luchtvaartuig om de...
52 - De kritische invalshoek...
53 - Een richtingsroeruitslag naar links veroorzaakt...
54 - Wat is het grondeffect?
55 - U bevindt zich in de nadering van de volgende thermiekbel, en de variometer toont 3 m/s dalen aan. In de thermiek verwacht u een gemiddelde stijgsnelheid van 2 m/s. Hoe zou u volgens McCready uw voorvliegsnelheid moeten aanpassen?
56 - Hoe werkt het bedienen van de remkleppen?
57 - Welke uitspraak over de weerstandscoëfficiënt is juist?
58 - Het in de polaire aangeduide punt 1 kenmerkt welke vliegtoestand? Zie afbeelding (PFA-008)
question pfa-008.webp
59 - Welk effect heeft een afnemende vliegsnelheid op de geïnduceerde weerstand in de ongestoorde reisvlucht (horizontale vlucht)?
60 - Het in de polaire aangeduide punt 5 kenmerkt welke vliegtoestand? Zie afbeelding (PFA-008)
question pfa-008.webp
61 - Wat kan het gevolg zijn van vliegen met snelheden voorbij de maximaal toegestane snelheid (VNE)?
62 - Wat wordt weergegeven in een profielpolaire?
63 - Welk punt op het vleugelprofiel wordt door nummer 4 weergegeven? Zie afbeelding (PFA-009)
question pfa-009.webp
64 - In welke richting werkt de statische druk in gassen?
65 - Welke soorten grenslagen zijn te zien op een draagvlakprofiel?
66 - Als "langsstabiliteit" wordt de stabiliteit om welke as aangeduid?
67 - Het rechter rolroer slaat naar boven uit, het linker naar beneden. Hoe reageert het luchtvaartuig?
68 - Hoe wordt een draaiing om de verticale as genoemd?
69 - In het geval van een overtrektoestand is het belangrijk om...
70 - Nummer 3 in de tekening komt overeen met... Zie afbeelding (PFA-010)
question pfa-010.webp
71 - Hoe wordt het krachtenevenwicht tussen liftkracht en zwaartekracht in de bochtvlucht beïnvloed?
72 - Het trimroer aan het hoogteroer is naar boven uitgeslagen. In welke stand bevindt zich de bijbehorende indicatie?
73 - Welke zwaartepuntligging is bij een zweefvliegtuig met betrekking tot de langsstabiliteit het gevaarlijkst?
74 - Welke uitspraak over de kritische invalshoek is juist?
75 - Welke functie heeft de aerodynamische roercompensatie?
76 - De laminaire grenslaag aan de draagvleugel bevindt zich tussen...
77 - Het hoogteroer beweegt een luchtvaartuig om de...
78 - Hoe wordt een draaiing om de dwarsas genoemd?
79 - Door welke van de genoemde factoren neemt het werkende lastveelvoud in de reisvlucht toe?
80 - De stabiliteit om welke as wordt in belangrijke mate mede bepaald door de horizontale zwaartepuntligging?
81 - Om het overtrekgedrag van een luchtvaartuig te verbeteren, wordt de vleugel naar buiten toe verwrongen (de instelhoek verandert in de richting van de spanwijdte). Dit wordt aangeduid als...
82 - Bij een gelijkblijvend motorvermogen in de reisvlucht is de invalshoek aan de vleugel...
83 - Welk voordeel biedt de vleugelwashout?
84 - Het "drukpunt" is het theoretische aangrijpingspunt...
85 - Wat is een functie van het hoogteroervlak?
86 - Wat is een voordeel van de differentiële rolroeruitslag?
87 - Hoe veranderen schadelijke en geïnduceerde weerstand met toenemende vliegsnelheid in de ongestoorde reisvlucht (horizontale vlucht)?
88 - Welke motoropstelling aan een luchtvaartuig heeft de geringste weerstand?
89 - Hoe verschillen de laminaire en de turbulente grenslaag op het draagvleugelprofiel?
90 - Welke eigenschap heeft een dik draagvleugelprofiel in vergelijking met een dunner profiel in de stationaire glijvlucht bij gelijke vliegtuigmassa?