Ga naar de inhoud

Examensimulatie Operationele procedures - Drone examen A1/A3 - EU dronebewijs Open categorie - oefenvragen en examentraining

Examensimulatie Drone examen A1/A3 Operationele procedures 40 vragen in 60 minuten

1 - Welke bijzonderheden kent het basisbesturen via een camera (FPV)? 1) Het besturen is natuurlijk, omdat de camera naar voren is gericht 2) Verlies van de videoverbinding is niet doorslaggevend 3) Het besturen vereist een hoge mate van aandacht 4) De transmissie verloopt meestal digitaal
2 - Bij een op de Nederlandse ICAO-kaart 1:500.000 aangegeven parachutespringgebied staat naast het symbool een getal (bijv. 13000). Waar staat deze vermelding voor?
3 - Een via waypoints geprogrammeerde vlucht in de open categorie moet:
4 - Een noodprocedure moet bekend zijn:
5 - Bij verlies van de verbinding moet de voorziene procedure:
6 - Bij kortstondig verlies van het directe zicht (VLOS) moet de piloot op afstand:
7 - De piloot op afstand moet de voorbereiding afbreken wanneer:
8 - Een procedure voor het einde van de vlucht omvat:
9 - Welke uitspraken over vliegen in FPV-modus (vliegen vanuit immersieperspectief) zijn juist? 1) De voorwaarden voor vliegen binnen direct zicht (VLOS) hebben betrekking op het directe zicht van de piloot op afstand op het UAS 2) Het begrip direct zicht kan worden uitgebreid naar het besturen via een camera 3) Om als vlucht binnen direct zicht te gelden, moet een piloot op afstand op elk moment direct zicht op het UAS hebben 4) Bij een FPV-vlucht kunnen meerdere personen afwisselend de besturing bedienen 5) Op een bepaald moment geldt slechts één persoon als piloot op afstand
10 - Een AFIS-eenheid (vluchtinformatiedienst op een luchtvaartterrein) verleent de volgende diensten:
11 - Het manoeuvreerterrein van een luchtvaartterrein bestaat uit: 1 parkeerplatformen. 2 tankplatformen. 3 onderhoudsplatformen. 4 start- en landingsbanen. 5 taxibanen (taxiways). Kies de juiste en meest volledige combinatie.
12 - Vluchten boven het terrein van een luchtvaartterrein met een luchtverkeersleidingseenheid:
13 - Op de Nederlandse ICAO-kaart 1:500.000 staat naast een symbool de lettercode 'PAM' samen met een frequentievermelding. Waar gaat het bij zo'n symbool met een eigen identificatiecode (identifier) om?
14 - De verkeerstoren (tower, TWR) verleent de volgende diensten:
15 - Een AFIS-eenheid (vluchtinformatiedienst op een luchtvaartterrein) verleent:
16 - Een goede verkenning van de vluchtlocatie bestaat uit het identificeren van:
17 - Een antennemast staat op de ICAO-kaart voor zichtvliegen 1:500 000 aangegeven met de vermelding van nachtverlichting en de aanduiding «329 (968)». Hoe moet deze vermelding worden begrepen?
18 - De startzone moet zo worden gekozen dat:
19 - De afkorting SAR betekent:
20 - Een communicatieprocedure met een waarnemer (assistent) moet zijn:
21 - De procedure bij een kritiek accuniveau moet voorrang geven aan:
22 - Als de wind de limieten van de fabrikant overschrijdt, moet men:
23 - Als een niet-betrokken persoon in de directe omgeving komt, moet men:
24 - Op de Nederlandse ICAO-kaart 1:500.000 zijn lijnen ingetekend waarvan de uiteinden telkens worden begrensd door een klein zwart vierkant (mast). Wat stellen deze lijnen in de regel voor?
25 - Een waarschuwing over een geografische zone in de app moet:
26 - Na een storing tijdens de vlucht moet de piloot op afstand:
27 - De piloot op afstand moet een noodlandingsgebied vaststellen:
28 - Het controleren van een hoogtebegrenzingsmodus dient om:
29 - De minimaal aanvaardbare weersomstandigheden moeten worden vastgesteld:
30 - Voordat een automatische modus wordt gestart, moet worden gecontroleerd:
31 - Vóór de start moet de accu-informatie worden gecontroleerd op:
32 - Het operationele vluchtuitvoeringsplan van een eenvoudige vlucht moet aangeven:
33 - Een correcte procedure na de vlucht omvat de controle van:
34 - Wat geldt in Nederland voor het vliegen met drones boven natuurgebieden?
35 - Voordat de piloot op afstand een gebied met zich verplaatsende mensenmenigten nadert, moet hij:
36 - Het doel van een operationele procedure is:
37 - Tenzij anders aangegeven wordt het downwind-been van een circuit gevlogen op een hoogte (AAL) van:
38 - Een om veiligheidsredenen afgebroken vluchtuitvoering moet worden beschouwd als:
39 - Wat moet u als piloot op afstand vóór elke vlucht in het kader van de pre-flightcheck beslist controleren?
40 - Als de besturingsapp zich tijdens de vlucht afsluit, moet de piloot op afstand: