Ga naar de inhoud

Examensimulatie Operationele procedures - SPL examen - brevet zweefvliegen - oefenvragen en examentraining

Examensimulatie SPL examen Operationele procedures 120 vragen in 120 minuten

1 - Bij een landing met rugwind wordt...
2 - Welk gevaar bestaat er, wanneer tijdens de lierstart te vroeg te steil wordt aangetrokken?
3 - Welke beslissingen moeten in de juiste volgorde worden genomen bij een kabelbreuk tijdens de lierstart?
4 - De vleugel van een zweefvliegtuig raakt tijdens het aanrollen van een lierstart de grond. Welke maatregel moet de piloot nemen?
5 - Een buitenlanding brengt vooral dan een verhoogd ongevalsrisico met zich mee, wanneer...
6 - Waar moet vóór elke verandering van vliegrichting absoluut op worden gelet?
7 - Welke uitspraak over de parachute in het zweefvliegen is juist?
8 - Welke uitspraak over remkleppen in de eindnadering is juist?
9 - Welk gedrag voorkomt gevaar, wanneer een zweefvliegtuig tijdens een overlandvlucht al dicht bij een circuithoogte komt?
10 - Voorafgaand aan een lierstart met een dubbeltrommellier merkt de piloot dat de tweede kabel dicht naast het startklare zweefvliegtuig ligt. Welke maatregel moet de piloot nemen?
11 - Twee vliegtuigen van hetzelfde type vliegen met dezelfde massa en in dezelfde configuratie met verschillende snelheden. Welk vliegtuig veroorzaakt sterkere zog-wervelingen?
12 - Tijdens de nadering geraakt het luchtvaartuig in een windschering (windshear) met toenemende tegenwind. Hoe veranderen het naderingspad en de aangegeven snelheid (IAS) als de piloot geen correcties toepast?
13 - Wat is bijzonder belangrijk bij het hellingvliegen?
14 - Bij een overtrokken vliegtoestand hangt de linkervleugel door. Hoe wordt de overtrokken toestand beëindigd?
15 - Waarmee moet rekening worden gehouden bij de keuze van de landingsnaderingssnelheid?
16 - Een piloot voert een buitenlanding uit in bergachtig terrein. Er is alleen een landingsveld beschikbaar met een relatief grote helling. Hoe moet de landingsnadering worden uitgevoerd?
17 - Tijdens het thermiekcirkelen vliegt een ander zweefvliegtuig dicht achterop. Welke maatregel moet worden genomen om een botsing te voorkomen?
18 - Tijdens een lierstart neemt na de overgang naar de volledige stijgvliegstand de kabelspanning abrupt af. Welke maatregelen moet de piloot nemen?
19 - Wat is juist bij verlies van het zicht op het sleepvliegtuig tijdens de sleepstart?
20 - Wat is bijzonder belangrijk voorafgaand aan een buitenlanding?
21 - Tijdens een sleepstart breekt de sleepkabel. Aan het zweefvliegtuig blijft een langer stuk kabel hangen. Welke maatregel moet de piloot nemen?
22 - Welke maatregel heeft bij een kabelbreuk tijdens de lierstart in principe prioriteit?
23 - Welk van de genoemde terreinen is het meest geschikt voor een buitenlanding?
24 - Een buitenlanding met rugwind is onvermijdelijk. Hoe moet de landingsnadering worden uitgevoerd?
25 - Hoe stelt u voorafgaand aan een buitenlanding de windrichting vast?
26 - Bij de nadering van een luchtvaartterrein krijgt de piloot onder andere de volgende informatie: "Wind 15 knopen, in vlagen 25 knopen". Hoe moet de landingsnadering worden uitgevoerd?
27 - Bij een vlucht in de nabijheid van het veld op ca. 250 m AGL geraakt u in een sterke daling en streeft u een veiligheidslanding na. Met welke snelheid moet naar het veld worden gestuurd?
28 - U zet vanuit de dwarsbeen naar de eindnadering, er heerst sterke zijwind. Hoe moet de landingsbocht worden gevlogen?
29 - In de laatste fase van de lierstart laat de piloot het hoogteroer niet vieren. Bij hoge vleugelbelasting komt de lierkabel vanzelf los. Welke gevolgen kan dit hebben?
30 - Welke regel geldt bij het thermiekcirkelen met meerdere zweefvliegtuigen?
31 - Na de vlucht mist u uw pen en vermoedt u dat deze in de cockpit van het zweefvliegtuig is gevallen. Waar moet op worden gelet?
32 - In welke van de volgende situaties moet rekening worden gehouden met windschering (windshear)?
33 - Wanneer moet een voorvluchtcontrole worden uitgevoerd?
34 - Waarom moeten trimgewichten of loodkussens in zweefvliegtuigen onverschuifbaar zijn bevestigd?
35 - Tijdens de lierstart valt na het bereiken van de volledige stijgvliegstand de vaartmeter uit. Welke maatregel moet de piloot nemen?
36 - Welke richtwaarden voor de hoogte kunnen worden aangehouden voor de landingsindeling met een zweefvliegtuig?
37 - Hoe moet een piloot reageren, wanneer er voorafgaand aan de start twijfel bestaat over de vergrendeling van de remkleppen?
38 - Hoe kan het invliegen in schuifwinden (windshear) worden vermeden?
39 - Met welke hinder moet rekening worden gehouden bij het cirkelen boven industrieterreinen?
40 - Windschering is...
41 - Tijdens een sleepstart treedt in een bocht een sterke zijwaartse verplaatsing van het zweefvliegtuig naar buiten op. Welke maatregel moet de piloot nemen?
42 - Hoe moet een zweefvliegtuig bij sterke wind aan de rand van de baan worden neergezet?
43 - Welke landingstechniek is aan te bevelen op een aflopende weide?
44 - Welk gevaar bestaat er bij een landing met rugwind?
45 - Waarom mag met een luchtvaartuig waarvan het zwaartepunt achter de achterste zwaartepuntgrens ligt, niet worden gestart?
46 - Tijdens de eindnadering (remkleppen reeds gezet) stelt u vast dat u bent vergeten het landingsgestel uit te klappen. Hoe moet de landing worden uitgevoerd?
47 - Tijdens een sleepstart wordt de voor het zweefvliegtuig maximaal toegestane sleepsnelheid overschreden. Welke maatregel moet de piloot nemen?
48 - Wat is juist bij grondcontact van een vleugel tijdens het aanrollen?
49 - Welke functie heeft de breekpen aan de sleep- of lierkabel?
50 - Tijdens een hoogtevlucht (6000 m MSL) wordt vastgesteld dat de zuurstofvoorraad nog maar voor enkele minuten toereikend is. Welke maatregelen moet de piloot nemen?
51 - Tijdens de nadering geraakt het luchtvaartuig in een windschering (windshear) met afnemende tegenwind. Hoe veranderen het naderingspad en de aangegeven snelheid (IAS) als de piloot geen correcties toepast?
52 - Bij een sleepstart met een zwaartepuntkoppeling heeft een zweefvliegtuig de neiging...
53 - Wat is bijzonder belangrijk bij een voorvluchtcontrole na een langere stilstandperiode?
54 - Tijdens een overlandvlucht tekent zich langs de vliegroute een verslechtering van het zicht af tot onder de voorgeschreven VFR-minima. Om de vlucht toch onder inachtneming van de VFR-minima te kunnen voortzetten, besluit de piloot...
55 - Welk van de genoemde terreinen is het meest geschikt voor een buitenlanding?
56 - Ondanks meerdere pogingen wordt vastgesteld dat het landingsgestel wel kan worden uitgeklapt, maar niet vergrendeld. Hoe moet de landing worden uitgevoerd?
57 - Waarmee moet rekening worden gehouden bij ijsafzetting op de vleugels?
58 - Voorafgaand aan de lierstart merkt u een lichte rugwind op. Waar moet op worden gelet?
59 - Een zweefvliegtuig vliegt onder een uitgestrekte cumuluswolk, die zich snel ontwikkelt tot een onweersbui. Het zweefvliegtuig stijgt zeer snel naar de wolkenondergrens. Welke maatregel moet de piloot nemen?
60 - Het grootste gevaar bij het invliegen in zware sneeuwval ligt...
61 - Vanaf welke hoogte mag u na een lierstart de volledige stijgvliegstand aannemen?
62 - Wanneer moet waterballast worden geloosd voorafgaand aan een buitenlanding?
63 - Botsingen tijdens het "thermieken" kunnen onder andere worden voorkomen door...
64 - Welke kleurmarkering heeft de nood-ontgrendeling van de kap?
65 - Wat is zinvol bij een onstabiele eindnadering?
66 - Welk gevaar bestaat er bij lichte zijwind, wanneer eerder een zwaar vliegtuig is gestart?
67 - Welke maatregel is belangrijk bij een onbedoeld geopend kapslot tijdens de vlucht?
68 - Tijdens de nadering geraakt het luchtvaartuig in een windschering (windshear) met afnemende rugwind. Hoe veranderen het naderingspad en de aangegeven snelheid (IAS) als de piloot geen correcties toepast?
69 - Tijdens de sleepstart raakt het sleepvliegtuig buiten het gezichtsveld van de piloot. Welke maatregel moet de piloot van het zweefvliegtuig nemen?
70 - Welk weersverschijnsel bevordert het optreden van horizontale schuifwinden (windshear)?
71 - Waar moet op gelet worden bij het inzetten van een steile bocht?
72 - Tijdens een sleepstart komt het zweefvliegtuig te hoog ten opzichte van het sleepvliegtuig. Welk gedrag van de zweefvliegtuigpiloot kan verdere gevaren voor zweefvliegtuig en sleepvliegtuig voorkomen?
73 - Een zweefvliegtuig staat op het punt om als gevolg van een overtrek af te kippen. Met welke roeruitslagen kunnen afkippen en tollen worden voorkomen?
74 - Het begrip "vliegtijd" is gedefinieerd als...
75 - Waar moet op worden gelet bij het overvliegen van bergkammen?
76 - Hoe reageert de zweefvliegtuigpiloot bij een te hoge positie tijdens de sleepstart?
77 - Waarop wijst trillen van het hoogteroer tijdens de vlucht?
78 - Wat is bijzonder belangrijk bij de startcontrole vóór de lierstart?
79 - Hoe reageert een piloot, wanneer hij tijdens hellingvliegen in een sterk neerwaarts luchtstroomgebied terechtkomt?
80 - Bij een veiligheidslanding gaat het altijd om een...
81 - Welk gevaar bestaat er bij het invliegen van de lijzijde van een helling?
82 - Welke functie heeft de breekpen aan de lierkabel?
83 - Wat kan worden verwacht bij een kabelbreuk op zeer geringe hoogte na het loskomen?
84 - Waar moet op worden gelet bij sterke zijwind tijdens de landingsnadering?
85 - Hoe beïnvloedt vochtig gras de start- en landingsafstand?